In de chaos krijgt de linie vorm

(Wat vooraf gaat. Op 6 september 1944 start de aanleg van de Panther-Stellung in de Liemers. Kort daarna begint de geallieerde Operatie Market Garden. De hele regio verandert in een strijdtoneel. Dit is deel twee van het drieluik over de Slag om Arnhem.)

Als er één aspect voor de Slag om Arnhem kenmerkend is, dan is het de onoverzichtelijkheid ervan. De plaatselijke bevolking zit dagenlang vast te midden van het krijgsgeweld. Niemand weet precies wat er allemaal gaande is. De geallieerden trekken via verschillende routes richting Arnhem en verliezen elkaar uit het oog. Bij diverse blokkades raken de bataljons nog verder verspreid. Gebrekkig radiocontact verergert de chaos. Ook de Duitsers vragen zich aanvankelijk af wat het hoofddoel van de gelande troepen is. Maar niet lang. Al binnen twee uur krijgen zij de plannen van de geallieerden in handen.

Geallieerde routes en Duitse blokkades

Voor de Panther-Stellung zijn sommige gebeurtenissen tijdens de Slag om Arnhem interessant. Het bouwplan ligt klaar wanneer de strijd begint. In september werken er al groepen mannen in de Liemers aan de linie. Maar bij Arnhem en langs de zuidelijke Veluwezoom start het graafwerk later. Vermoedelijk worden in dat deel van het traject lessen uit de gevechtssituaties verwerkt. Want waar de Duitsers in die dagen ad hoc blokkades moeten opwerpen, verschijnen enkele maanden later uitgebreidere verdedigingswerken.

De geallieerden landen aan de noordkant van de Rijn bij Heelsum, Wolfheze, Oosterbeek en op de Ginkelse Heide. Vervolgens trekken zij naar Arnhem toe.

Op 17 september zijn hun geplande routes als volgt. De meest directe route loopt van het landingsterrein bij Heelsum langs de Utrechtseweg door Oosterbeek naar Arnhem toe. De zuidelijke route leidt vlak langs de Rijn via de Benedendorpsweg in Oosterbeek naar Arnhem. En de derde route gaat van het landingsterrein ten westen van Wolfheze, langs het spoor en de Johannahoeve bij Oosterbeek, naar de Amsterdamseweg richting Arnhem. Maar de praktijk blijkt weerbarstig.

(Tekst loopt verder onder de afbeelding.)

Britse militairen in stelling bij de Van Lennepweg, Oosterbeek, september 1944.

De gealarmeerde Duitsers reageren snel. Op meerdere locaties werpen ze blokkades en verdedigingslinies op. Zo verandert de spoordijk met -onderdoorgang bij de Rosandepolder in een serieuze vestingwal. Later verschijnen hier loopgraven van de Panther-Stellung. Die lopen door naar Den Brink, waar de geallieerden een uitweg zochten. Ook de Arnhemse wijk Lombok biedt een voorbeeld. Dit is één van de stadswijken waar van huis tot huis gevochten werd. Generaal-majoor Urquhart raakt hier ingesloten tijdens de Slag. In 1945 blijkt uit foto’s en plattegronden dat de Duitsers er later alle doorgangen hebben gebarricadeerd.

Tigers, Panthers en Königstiger tanks gesignaleerd

Na de eerste landingen verneemt SS-Obergruppenführer generaal Bittrich dat de geallieerden bij Arnhem zijn. Hij moet de verkeersbrug weer vrijmaken en de verovering van de Waalbrug in Nijmegen verhinderen. De nabij gelegerde militairen stuurt hij op 17 en 18 september naar de twee steden toe. Daarnaast dirigeert hij tankeenheden naar het strijdtoneel. Alles om een doorbraak richting Duitsland te voorkomen.

Tanks zijn formidabele wapens in een grondoorlog. In 1944 werden de Duitse tanks gevreesd. Ze waren superieur aan alles wat de geallieerden konden inzetten. Er was weinig propaganda nodig om hun aura van onoverwinnelijkheid te vormen. De verschillende modellen droegen namen van grote roofdieren, zoals de Tiger, Panther en Königstiger (Bengaalse tijger). Wellicht kreeg hun mythische imago ook grip op de bouwers van de verdedigingslinie. De Panther-Stellung bevatte kilometerslange anti-tankgrachten. Toch meenden sommige bouwkundigen van de Wehrmacht dat die geen tanks konden stoppen.

Bewoners en dwangarbeiders merken Duitse troepenbewegingen op in Velp, Duiven, Zevenaar en Westervoort. Vooral de tanks maken indruk. Maar een enkele waaghals treft maatregelen en dwarsboomt eigenhandig hun opmars. Zo mislukt op 17 september de Duitse poging om de Betuwe via het Looveer te bereiken. Dit dankzij het voortvarende optreden van de zoon van pontbaas Martens. Hij laat het veerpont tijdig zinken.

Dan resteert alleen nog het veer tussen Pannerden en Doornenburg. De toegangswegen daar zijn niet berekend op het zware militaire verkeer. Op 19 september zinkt ook dat pont door overbelasting. Uiteindelijk maken zestien 45-tonner Panther tanks de oversteek via een geïmproviseerd pontonveer van Duitse pioniers.

In de nacht van zondag op maandag 18 september zien Velpenaren Duitse versterkingstroepen naderen met Tiger tanks. Militairen van de SS Hohenstaufen Panzer-Division denderen door nachtelijk Velp naar Arnhem toe. Andere tanktroepen trekken door de Liemers richting de belegerde stad.

Gedurende de Slag om Arnhem fungeert Duiven als openlucht werkplaats. Op de Eng staan tanks onder bomen geparkeerd. In het dorp wordt beschadigd materiaal opgelapt en weer rijklaar gemaakt. Duitse militairen slapen in de buurt. Waar zij verblijven, maken ze het zich gemakkelijk. Er komt geschut voor ‘hun’ huis, met loopgraven rondom. Zo kunnen ze ongemerkt in en uit gaan.

De tijgers zetten hun volle gewicht in

Op de winterdijk bij de Westervoortsebrug zijn de jonge Duitsers eveneens onder de indruk. In het donker zien zij de eerste Königstiger tanks opdoemen. Deze enorme mastodonten, met 8,8 centimeter geschut, staan bekend als ‘de parels van het Duitse nazi-leger’. Datzelfde leger heeft na vier jaar strijd wel zichtbaar aan kracht ingeboet, maar de SS-Hohenstaufen Panzer-Division wekt nog altijd ontzag. En nu komen ze aanzetten met vijf Königstiger tanks. De bijna vier meter brede gevaartes wegen 70 ton per stuk. Zowel de grond als de mensen beven ervan. Vanwege hun gewicht kan slechts één tank tegelijk over de brug.

Intussen raken de geallieerden in Oosterbeek steeds verder ingesloten. De beschietingen gaan continu door, maar de bevoorrading blijft uit. Ze hebben bijna geen eten of munitie meer. Ook de Britten bij de Arnhemse Rijnbrug zitten klem en wachten met smart op versterkingen.

Voor de Duitsers is de voedselvoorziening geen probleem. Zij vorderen gewoon alles wat ze nodig hebben. Sowieso gaat het leven door in stadsdelen waar niet wordt gevochten. Zo lunchen Duitse militairen genoeglijk in hotel Tivoli aan de Velperweg, veilig achter het hooggelegen spoor.

Op 20 september komen zware Tiger-I tanks in actie rond de Arnhemse brugoprit. Van dichtbij bestoken ze de huizen waarin Britten zich hebben verschanst. Of ze duwen eenvoudigweg complete gevels omver. Vlammenwerpers doen de rest om geallieerde militairen en doodsbange bewoners te verjagen. Tot diep in de nacht gaan de helse gevechten door.

Voortgang van het graafwerk in de Liemers

In de Liemers stagneert het graafwerk aan de verdedigingslinie slechts kort. Bij aanvang van de Slag breekt er onder arbeiders en OT-medewerkers paniek uit. Maar het bouwwerk wordt alweer hervat, terwijl de strijd om het bruggenhoofd nog uitgevochten wordt. En elk succes moedigt de Duitsers aan. Dat is goed te merken in de ochtend van 21 september. Dan moeten de Britten bij de Arnhemse Rijnbrug zich overgeven. Diezelfde dag krijgen de Duitsers weer praatjes en roepen ze de arbeiders naar de bouwlocaties terug.

In Velp krijgt de politie de ondankbare taak om mannen op te roepen voor het stellingwerk. Het geëiste aantal wordt meteen verhoogd naar 1.200 man. In Tolkamer is het weinig anders. Theo Caerteling vertelt dat hij samen met dorpsgenoten lopend of op de fiets richting Zevenaar moet en dan naar Loo. Maar zo dicht bij het strijdtoneel wekt elke beweging argwaan.

‘Onderweg reden ons verschillende Tiger tanks voorbij die op weg waren naar Arnhem. Toen wij dan met een hele colonne mannen via Zevenaar, Groessen in Loo op de dijk aankwamen, hadden de Engelsen ons gezien en voor Duitse soldaten gehouden. Het duurde niet lang of we werden met granaten beschoten. […] We hebben toen een poos tegen de dijk gelegen met de schop op ons hoofd ter bescherming. Toen het weer stil werd moesten we de dijk over en vlak bij de veerpont kregen we ieder zeven meter afgemeten om loopgraven te maken.’

De perimeter, 21 september

In Oosterbeek vechten Duitse en geallieerde militairen nu al vijf dagen om elke meter grond. Het dorp ziet er troosteloos uit. Veel muren en daken zijn beschadigd; sommige huizen staan in brand. Gordijnen en vitrages wapperen in de wind. De straten liggen bezaaid met wapentuig, afgebroken takken, losse bovenleidingen, brokken puin en uitgebrande wrakken. De dagenlange beschietingen en bombardementen hebben een slachting aangericht. Het lawaai is oorverdovend. Wanneer het even rustig is, worden gesneuvelden haastig begraven in een tuin. En dan die misselijkmakende stank. Er hangt een weeë lijklucht over het dorp, vermengd met een scherpe kruitdamp.

(Tekst loopt verder onder de foto.)

Achtergebleven Königstiger tank en ravage in de Weverstraat, Oosterbeek.

Als verstekelingen zitten duizenden dorpelingen vast, zonder water of elektriciteit. Ze schuilen in het duister voor het krijgsgeweld, in kelders onder de grond. Niemand kan zich wassen; iedereen heeft dorst. Gelukkig staan er weckpotten met groenten, fruit en sap.

Maar wie uit huis is gevlucht en op de Hemelse Berg veiligheid heeft gezocht, ontbreekt het aan alles. De zeer vermoeide militairen in hun schuttersputten rond Hartenstein treft eenzelfde lot. Zij weten niet hoe het in Arnhem met hun strijdmakkers gaat. Ze kunnen alleen maar hopen dat er eindelijk versterking komt. Die nacht bevinden zich nog 3.000 geallieerden in het dorp.

(Literatuur. Bronnen tanks in Velp en Duiven: Ik herinner me … en Ons laatste halfjaar oorlog achter Arnhem front. Bron tanks bij Westervoort: Weggemoffeld! Bron gebeurtenissen Velp op 21 september: Velp en de oorlog 1940 – 1945. Bron vertelling Theo Caerteling: Oorlog over het Gelders Eiland. Bron zinken veerpont 17 september: Burgemeester in crisis- en oorlogstijd. Zie bronnen voor deze en andere literatuur.)

(Afbeeldingen. Bron foto Britse militairen: Gelders Archief 2867 – 409, Imperial War Museums, september 1944, fotograaf onbekend, Public Domain Mark 1.0 licentie.)
(Bron foto tank in Oosterbeek bij Weverstraat 169 – 171: Gelders Archief 1579 – 103, foto D. Renes, 1945, CC-BY-4.0 licentie.)

© 2022 Copyright Graven in de vuurlinie.