De nasleep van de mislukte slag

(Wat vooraf gaat. Op 6 september 1944 begint de aanleg van de Panther-Stellung in de Liemers. Kort daarna start de geallieerde Operatie Market Garden en verandert de hele regio in een strijdtoneel. Dit is het slot van het drieluik over de Slag om Arnhem.)

‘Wat is hier allemaal gebeurd?’, vragen de inwoners van Oosterbeek zich af, wanneer zij uit hun kelders en andere schuilplaatsen komen. Op 17 september 1944 waren de geallieerden verschenen en iedereen dacht dat ze werden bevrijd. Maar wat volgde, waren negen lange dagen vol angstaanjagend oorlogsgeweld.

En nu zijn de Duitse militairen terug. Ze staan met hun wapens in de aanslag te schreeuwen: ‘Heraus! Evakuieren. Schnell! Als de bewoners niet opschieten, gooien ze een handgranaat naar binnen.

Verward klauteren de mensen uit hun schuilkelders. Hongerig, vuil en stram. Buiten treffen ze een onvoorstelbare chaos aan. Maar er is geen tijd om rond te kijken. Ze moeten gauw wat spullen verzamelen en dan weg. ‘Het is vanwege de gevechten’, denken ze nog, ‘over een paar dagen zijn we weer terug.’ Dat loopt anders. Hun hele leefomgeving wordt spergebied. ‘Das Betreten dieses Geländes ist strengstens untersagt.’

Verboden spergebied, bord waarschijnlijk bij KEMA-terrein, Arnhem, 1945

Het begin van de nasleep

De slotakte van de Slag om Arnhem is bekend. Bij de Arnhemse brug moeten de Britten zich op 21 september overgeven. In Oosterbeek gaan de gevechten door tot in de nacht van 25 op 26 september. De geallieerden hebben daar heldhaftig gevochten en negen dagen stand gehouden. Toch moeten ze hun strijd wel opgeven, omdat er niet snel genoeg versterking komt. Einde verhaal. Of toch niet helemaal?

Het nieuws over gevechten is vaak beperkt en eenzijdig. De berichtgeving komt meestal van één kant en zoomt sterk in op het strijdgeweld. Wat zich in de omgeving afspeelt, krijgt minder aandacht. En direct na afloop reist de nieuwskaravaan verder naar het volgende verhaal. Wat de Slag om Arnhem betreft, zijn de gebeurtenissen na afloop misschien wel meer filmwaardig dan de slag zelf.

Nadat Operatie Market Garden eind september 1944 mislukt, stagneert de geallieerde opmars in Nederland. De geallieerden denken dat de Siegfriedlinie of Westwall te sterk is om aan te vallen. Aan Duitse zijde houdt generaal-veldmaarschalk Model rekening met nieuwe landingen bij Arnhem. Hij besluit al op 21 september dat de Duitse Hauptkampflinie niet verder noordwaarts mag opschuiven dan langs de Rijn tussen Wageningen en Pannerden.

Beide partijen gaan over tot hergroepering van hun strijdkrachten. De geallieerden maken zich op voor een definitieve aanval op Duitsland en de Duitsers bereiden hun verdediging voor. De Panther-Stellung is onderdeel van hun afweer.

Tijdens de Slag om Arnhem wordt duidelijk wat Nederland, en vooral Gelderland, bij een verlies te wachten staat. Dit zijn de belangrijkste consequenties:

  1. Vrijheid blijft uit en ontwikkeling staat stil. De Duitse bezettingsmacht houdt grip op alle onderdelen van de maatschappij. Dit gaat gepaard met dwang, rechteloosheid, willekeur en geweld.
  2. Uitbuiting. De uitbuiting van het land, de bevolking, de openbare voorzieningen en het bedrijfsleven gaat door en neemt toe. De Arbeitseinsatz is hiervan een voorbeeld.
  3. Verwoesting. Een brede zone langs de Rijn verandert in een verstard front. Alles wat aanwezig is, wordt gebruikt of gesloopt om aanvallen en verdediging te dienen. Zoals landerijen en gebouwen, begroeiing en infrastructuur. Enorme schade en verlies van goederen zijn het gevolg. De bouw van de Panther-Stellung veroorzaakt eveneens schade.
  4. Ontheemden. Het frontgebied wordt grotendeels ontruimd aan weerszijden van de Rijn. Van Rhenen tot en met Spijk moeten ruim 200.000 mensen vertrekken. Naast alle persoonlijke ellende, vergroot hun evacuatie de voedselschaarste en woningnood in andere delen van Nederland.
  5. Oorlogsbuit. Het ontruimde gebied wordt massaal geplunderd, en niet alleen door de Duitsers. Samen met de algehele uitbuiting, leidt dit tot jarenlange armoede onder de bevolking.
  6. Doden en gewonden. De oorlog duurt acht maanden langer en eist zijn tol. De hongerwinter volgt. Talloze mensen, ook buiten onze landsgrenzen, sneuvelen. Anderen krijgen psychische klachten of raken gewond.

De dwangarbeiders en andere betrokkenen bij het werk aan de verdedigingslinie kunnen hierover meepraten. Al deze gevolgen komen in hun brieven en dagboeken uitvoerig aan bod. In de laatste fase van de Slag om Arnhem zijn er voorproefjes genoeg.

Vrijheid? Je hebt het maar te slikken

Tijdens een bezetting heeft de bevolking weinig te vertellen. Zelfs niet als het om hun eigendommen gaat. Dat blijkt wanneer de omgeving van Arnhem frontgebied wordt. Bij de gevechten worden woningen en erven belegerd. En al heeft niemand behoefte aan soldaten van de bezettingsmacht, ze worden toch bij mensen in huis ondergebracht. Veel Duitse militairen maken er een beestenboel van en stelen alles wat hen bevalt.

Aan de Loodijk, even buiten Loo, krijgt de familie Goris op 22 september ongevraagd bezoek. Er staan zes Duitse soldaten voor de deur die in Bemmel hebben gevochten. De strijd maakt hongerig, dus bakken ze zelf op het fornuis een portie aardappelen.

Diezelfde dag moet de familie ruimte maken voor nieuwe militairen. Onder andere een luitenant, een Feldwebel en vijf manschappen nemen de voorkamer in. Ook bij buren worden overal soldaten ingekwartierd. De volgende dag blijkt waarvoor ze zijn gekomen.

Aan de dijk, vlakbij de Rijn, richten ze hun stellingen in. En voor het huis komt een schutterspost met mitrailleur. Rond het middaguur duiken er bij de boerderij nog meer Duitse militairen op. Hun oog valt op de boomgaard, die een goede positie biedt voor twee stellingen met granaatwerpers. De bijbehorende achttien mannen slapen op een naburig adres.

Zij weten wat er gaat gebeuren en raden de bewoners aan om alvast een schuilloopgraaf te maken. Vlak tegen de dijk, in de hoek van de afweg is een geschikte plaats. Dat een schuilplaats geen luxe is, zal de familie spoedig bemerken.

Ondanks het gevaar van beschietingen, gaat de arbeidsinzet door. Op zaterdag 23 september zijn de mannen op het Gelders Eiland weer aan de beurt. In Tolkamer, Herwen & Aerdt en omliggende dorpen rijden geluidswagens rond. Mannen van 16 tot 65 jaar oud moeten zich voor het graafwerk melden. Opdracht is opdracht voor de OT. Dus wordt er verder gewerkt aan de verdedigingslinie, Slag om Arnhem of niet.  

Verwoestingen

Wat de verwoestingen betreft: voorbeelden te over. Huizen, bruggen, torens, wegen, sporen, dijken, fabrieken, landerijen en molens. Alles moet eraan geloven. In dagboeken doen ooggetuigen bijna terloops verslag van de ravage die gevechtshandelingen en moedwillige afbraak voor militaire doeleinden aanrichten.

Tijdens Operatie Market Garden landen de geallieerde Polen op 21 september bij Driel. Op dat moment hebben de Duitsers het terrein al volledig omsingeld. Vanaf de Westerbouwing op de tegenovergelegen stuwwal, vanuit Elst, vanuit Elden én vanaf de oostzijde van de spoorlijn Arnhem-Nijmegen liggen de Polen direct onder vuur. Over een lengte van honderden meters hebben de Duitsers zich in de spoordijk ingegraven. Daar wordt een dijk niet beter van.

Uitgerekend in de voorafgaande avond heeft de veerman van het Drielse pont de gierkabel doorgehakt. Zijn bedoeling was om het vaartuig uit handen van de Duitsers te houden, niet wetende hoe belangrijk zijn pont voor de geallieerde overtocht was. Het vaartuig loopt aan de overkant vast, ergens tussen kasteel Doorwerth en Heveadorp in. Vergeleken met de totale oorlogsschade lijkt een doorgesneden kabel een miniem detail. Maar de consequenties zijn enorm.

In de nacht van 25 op 26 september halen de geallieerden zo veel mogelijk manschappen uit hun benarde positie binnen de Oosterbeekse perimeter. Onder zware beschietingen sluipen de militairen naar de Oude Kerk en verder door de uiterwaard naar de oever van de Rijn. Op de rivier pendelen boten heen en weer naar Driel, zo lang als dat kan.

Twaalf kilometer stroomopwaarts, achter de Loodijk nabij het Looveer, is de artillerie die nacht actief tot 02:00 uur. ‘Daarna blijft het rustig.’, noteert Henk Goris in zijn dagboek. ‘’s morgens bleek dat 3 schoorstenen van de steenovens aan de Scherpekamp [aan de overkant bij Angeren] aan de grond lagen. In ’t Loo komt ook nog Waffen S.S. Aan den dijk worden nog steeds stellingen gemaakt. Bij onze buurman (v. Loon) komt ’n stuk geschut aan de afweg te staan.’

Mogelijk zijn de schoorstenen per toeval tijdens beschietingen geraakt. Maar hoge gebouwen kunnen als militaire radar- en peilstations worden gebruikt. Daarom worden strategisch gesitueerde kerktorens, molens en fabrieksschoorstenen in het frontgebied ook doelbewust gesloopt.

In diezelfde dagen wordt het verdedigingsstelsel aan de Loodijk uitgebreid. ‘Dinsdag 26 Sept. ’44. De nacht is tamelijk rustig verloopen. De morgen dito. Om 10 uur actie in de lucht, soldaten van de weermacht en van de Waffen S.S. graven en versterken almaar door aan de dijk. Ook op de uiterwaarden beginnen ze loopgraven enz. te maken. ’s Middags om 4 uur zijn de soldaten die bij ons ingekwartierd waren, vertrokken naar ’t front bij Elst (voor een flankaanval).’

Vluchtelingen en ontheemden

In Arnhem circuleert op 23 september een gerucht dat de stad moet worden geëvacueerd. Bij de brug hebben de Britten zich overgegeven, maar in het centrum en in de westelijke stadsdelen langs de Rijn is de strijd nog volop gaande. Het klopt dat de Duitse legerleiding de bevolking weg wil hebben. SS-commandant Walter Harzer van de Hohenstaufen Division stelt dat ‘die Stadt nun vorderstes Kampfgebiet geworden sei.’ En hij wil ‘weitere Große Verluste unter der Zivilbevölkerung‘ verhinderen. Nou, het scheelt toch weer dat hij de burgerbevolking verder onheil wil besparen.

Op tamelijk verwarrende wijze brengen de Duitsers het evacuatiebevel via het Rode Kruis naar buiten. De bevolking verneemt het nieuws via briefjes die aan bomen hangen. Een Duitse militair laat trouwens geen misverstand over zijn verwachtingen bestaan: ‘Die Stadt muss am Montag geräumt sein, mit Bombenteppichen muss gerechnet werden.’ Een bommentapijt komt eraan.

Kort na het uitbreken van de gevechten op 17 september trekken de eerste inwoners al weg uit de Arnhemse binnenstad. Het is levensgevaarlijk rond de brug en de situatie wordt snel ondragelijk. Vanaf de eerste dag vluchten groepjes inwoners naar het gebouwencomplex van Insula Dei. Dat staat dichtbij op de hoek van de Beekstraat en het Walburgisplein. Ze kunnen daar echter maar kort blijven. Na dreigementen van SS’ers, meldt een Duitser op 19 september dat iedereen moet vertrekken. Rondom vliegen huizen in brand door beschietingen en de gebouwen van de zusters worden in brand gestoken.

(De tekst loopt verder onder de afbeeldingen.)

Midden het verwoeste pand van Insula Dei in de Beekstraat, Arnhem.

Acuut moeten de aanwezigen weg. Uit het gebouw vertrekt een stoet van 450 bejaarden, zieken, weeskinderen, nonnen en buurtbewoners. En ondertussen ratelden de mitrailleurs door. Slechts paar honderd meter verderop beseffen stadsgenoten nauwelijks hoe erg de toestand is bij het Walburgsplein. Met verbazing staren ze de ontheemden na, onwetend wat henzelf nog te wachten staat.

De stoet van Insula Dei met Rode Kruis vlag, Arnhem, 19 september 1944.

Zoals gezegd, beginnen de plunderingen tijdens de gevechten en ze gaan tot ruim na de bevrijding door. Sommige kwesties zijn nog altijd niet opgehelderd.

Doden en gewonden

Terug naar Oosterbeek in de nacht van 25 op 26 september. Zodra het licht wordt, moet de pendel naar Driel worden gestaakt. Wie nog aan de noordoever van de rivier staat en probeert te vluchten, wordt doodgeschoten. Wanhopige militairen proberen nog zwemmend de overkant te halen, maar worden door de stroming meegesleurd. Hun lichamen spoelen tot op tientallen kilometers van de oversteekplaats aan.

De Slag om Arnhem kost 1.800 van de ruim 10.000 bij Arnhem gelande Britten, Canadezen, Australiërs, Nieuw-Zeelanders en Polen het leven. Aan Duitse zijde sneuvelen eveneens 1.800 veelal zeer jonge militairen. Ook onder de burgerbevolking vallen circa 1.000 doden te betreuren. Ongeveer 6.000 geallieerden belanden in Duitse krijgsgevangenkampen. Circa 900 van hen zijn zwaar gewond en worden eerst in Apeldoornse kazernes verpleegd, die als Duitse hospitalen zijn ingericht. Uiteindelijk weten 2.000 geallieerden direct over de Rijn naar Nijmegen te ontsnappen. Daarnaast blijven circa 350 verspreid geraakte Britse en Poolse militairen achter.

Gevangengenomen en gewonde Britse para’s op de Jansbinnensingel, Arnhem, 19 september 1944.

De achterblijvers houden zich voorlopig schuil in schuurtjes en kelders. In de weken na 26 september keren de meeste geallieerden in eigen gelederen terug. Daarbij krijgen ze hulp van Nederlandse verzetsleden. Die zorgen voor gidsen, contact en afstemming met de geallieerden in de Betuwe. Wie moet wachten, kan zich trouwens het beste voordoen als Nederlander. Zo graaft een geallieerde militair in de Liemers braaf mee aan de Panther-Stellung.

Het begin van de ontruiming

Op de vroege ochtend van 26 september is het in Oosterbeek merkwaardig stil. Bewoners komen voorzichtig uit hun schuilkelders en weten niet wat ze zien. Het is overal een verschrikkelijke ravage. Zeker binnen de perimeter, waaruit de geallieerden pas vertrokken zijn. In het omsingelde gebied had de familie Kremer op de Stationsweg 8 een groep geallieerden in huis. Nu ze uit hun kelder komen, treffen ze de achtergebleven doden aan. A.W. Kremer beschrijft wat hij ziet.

‘In allerlei houdingen lagen ze verspreid in de tuin. Een is me sterk bijgebleven. Hij leek op zijn zijde te slapen. Met opgetrokken knieën, een handgranaat in zijn hand, lag hij tussen de rododendrons. Bij de keukendeur, in de geul naar de buren, lag kapitein Gazurek. Hij is daar ook begraven, samen met soldaat Mentlik, die op zondag boven in huis gesneuveld was.’

Na negen dagen van vrijwel onafgebroken krijgsgeweld moet de familie vertrekken uit een geruïneerd huis. Er zit een vier meter groot gat in het dak. Een even groot gat is uit de muur van een slaapkamer geslagen. En er is geen deur meer die sluit vanwege alle scherven. De schuifdeuren aan de straatkant staan wijd open en alle ruiten zijn eruit gebroken. Kortom: iedereen kan zo in en uit lopen.

Maar wie ernstig vermoeid en van slag is, verricht vaste handelingen zonder nadenken. ‘Toen we dan uiteindelijk weggingen […] gingen we gewoontegetrouw de voordeur uit. Die was nog in tact. Even gewoontegetrouw deed vader hem achter zich dicht. Hij draaide hem op slot en stak de sleutel in zijn zak.’

Ondanks alle ellende, krijgt de hele familie prompt de slappe lach. En zo begint het hoofdstuk van hun evacuatie.

(Literatuur. Bron oproep 23 september: Oorlog over het Gelders Eiland. Bron familie Goris en situatie Loodijk: dagboekfragmenten Henk Goris, 1944-1945. Bron Insula Dei: Van Iddekinge, Arnhem 44/45 en Insula Dei 1863-1963, J. Hooyman. Bron veerpont Driel: Blik omhoog, deel II. Bronnen aantallen gesneuvelden en gewonden: Geert Mak, In Europa, plaquette Airborne begraafplaats en Airborne Museum Hartenstein. Bron familie Kremer: GA 1557-1541, Stukken boek ‘Zes dorpen in oorlog en verzet’, verhaal ‘Engelsen, Schotten en Polen’, door A.W. Kremer. Zie bronnen voor deze en andere literatuur.)

(Afbeeldingen. Bron foto houten bord met een waarschuwing in het Duits opgeplakt: “DAS BETRETEN DIESES GELÄNDES IST STRENGSTENS UNTERSAGT. ZUWIDERHANDLUNGEN WERDEN KRIEGSGER. GEAHNDET. 10 JANUAR 1945. DER KAMPFKOMMANDANT.” Het bord is mogelijk afkomstig van het KEMA-terrein aan de rand van Oosterbeek, collectie Airborne Museum Hartenstein, object nr 03D016, Creative Commons CC-BY-SA.)
(Bron foto Gelders Archief 1560-3017, midden op de achtergrond het verwoeste pand van Insula Dei, Beekstraat, Arnhem, 1945, fotograaf Johann Raayen, CC-BY-4.0 licentie.)
(Bron foto Gelders Archief 1560-4758, evacuerende burgers in de Nijhoffstraat te Arnhem, met onder anderen zusters van Insula Dei met een rodekruisvlag en een kinderwagen, 24/25 september 1944, fotograaf onbekend, Public Domain Mark 1.0 licentie.)
(Bron foto Gelders Archief 2867-213, gevangengenomen Britse para’s op de Jansbinnensingel in Arnhem. Gewonde soldaten op karren, 19 september 1944, fotograaf onbekend, Bundesarchiv Koblenz, Public Domain Mark 1.0 licentie.)

© 2022 Copyright Graven in de vuurlinie.