Evacuatie 1944: Arnhem t/m Wageningen

(Wat vooraf gaat. Op 6 september 1944 start in de Liemers de aanleg van de Panther-Stellung. Na de Slag om Arnhem wordt de Rijn front- en spergebied. Daarom moeten veel bewoners plotseling vertrekken.)

De inwoners van het beoogde spergebied vrezen wat hen te wachten staat. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn volksverhuizingen in Nederland geen onbekend fenomeen. Al in 1939 is het Bureau Afvoer Bevolking opgericht, dat moet zorgen voor een planmatige aanpak bij oorlogsevacuaties.

Planmatig werken ook de Duitsers in de Zeeuwse en Hollandse kustplaatsen. Daar worden vanaf 1942 complete woonwijken gesloopt voor de Atlantikwall. Alleen wijzigen hun plannen regelmatig en op korte termijn. Daardoor laat de organisatie van de evacuatie te wensen over. Van de ruim 350.000 ontheemden uit de kuststrook, belandt een aantal Hagenaars en Scheveningers in de Achterhoek en in Wolfheze.

Meubels uit het Kurhaus worden opgeslagen op de Johannahoeve bij Oosterbeek. Deze modelboerderij zullen we later nog terugzien als verblijfskamp voor honderden Nederlandse dwangarbeiders.

Arnhem, evacuatie wegens noodsituatie

Bij de Arnhemse ontruiming in september 1944 is de bevolking voornamelijk op zichzelf aangewezen. Niemand heeft officieel de leiding, hoewel tal van vrijwilligers hun best doen om de evacuatie in goede banen te leiden.

De aanloop naar de grootschalige evacuatie komt spontaan op gang. Vanwege de hevige gevechten trekken stedelingen al weg vanaf 17 september. Hun woningen staan in brand of zijn zwaar beschadigd, dus ze moeten wel vertrekken. Op 18 september zoeken steeds meer bewoners uit de Arnhemse binnenstad veiligheid in omliggende wijken. Een grotere uittocht volgt op dinsdag 19 september.

Sommige mensen waren voorbereid. Zij hadden voor de zekerheid al een koffer klaargezet toen de strijd begon. Anderen dachten dat het mee zou vallen, maar moeten in een acute noodsituatie maken dat ze wegkomen. Wie kan rustig en helder denken wanneer de vlammen bij de buren uit de ramen slaan? Wat doe je en wat neem je mee?

Sluit gas, water en elektriciteit af. Neem alleen het hoognodige mee. Sluit ramen en deuren. Controleer of uw buren weten dat ze weg moeten. Neem mee: contant geld, medicijnen, paspoort of rijbewijs, verzekeringspapieren, mobiele telefoon en laptop met opladers. Denk ook aan kinderen en huisdieren. Heeft u enige voorbereidingstijd? Doe stevige schoenen en warme, waterdichte kleding aan. Breng waardevolle spullen in veiligheid. Gaat u met de auto? Neem mensen mee die zelf geen vervoer hebben. Houd rekening met lange files. Neem naast de spullen uit de basislijst ook mee: warme kleding, eten en drinken, dekens, toiletspullen, waxinelichtjes en lucifers, EHBO-trommel en zaklamp. Kunt u niet weg? Zoek dan een droge plek in uw huis of in de buurt.

Dit actuele advies van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid was ook in 1944 grotendeels relevant.

Evacuatie Arnhem met gepland tijdschema

Weldra begint het rond te zoemen in de stad: ‘We moeten waarschijnlijk weg.’ Omdat er aanvankelijk geen duidelijk bevel tot vertrek wordt afgekondigd, twijfelen veel Arnhemmers wat ze moeten doen. Trouwens, in het naburige Oosterbeek zijn de geallieerden nog met de Duitsers verwikkeld in de strijd. Misschien wordt de stad alsnog spoedig bevrijd. Maar dan hangt iemand briefjes op met een tijdschema voor de evacuatie:

Op zaterdag 23 september 1944 vóór 20.00 uur: het gedeelte van de Arnhemse binnenstad, begrensd door de Rijn, de Utrechtseweg, de Janssingel, de Velpersingel en de Eusebiussingel.
Op zondag 24 september vóór 20.00 uur: de rest van de binnenstad tot de spoorlijn Ede – Arnhem – Zevenaar.
Op maandag 25 september vóór 20.00 uur: de hele gemeente tot de Schelmseweg.

Arnhemse exodus naar de Veluwe

Een ongekende exodus vindt plaats. Binnen drie dagen moeten circa 95.000 mensen uit de frontstad vertrekken. Nog eens 65.000 inwoners worden verbannen uit andere frontplaatsen langs de Veluwezoom. Hun woningen en andere bezittingen blijven onbeheerd achter. Veel Arnhemmers zijn zeer ongerust. Ze hebben al plunderende Duitsers en NSB’ers gezien in de stad.

De Arnhemmers mogen niet naar het zuiden, maar worden richting het Openluchtmuseum gedirigeerd. SS-commandant Walter Harzer stuurt de bevolking richting Apeldoorn en Zutphen, dus naar het noorden. Rode Kruis-voorzitter Van der Does verandert dit echter eigenhandig in ‘richting Apeldoorn en Ede’. Velp is als evacuatieadres niet de bedoeling. Desondanks staat Harzer voorlopig toe dat veel Arnhemmers daar blijven plakken bij familie of vrienden.

Ellenlange stoeten trekken tegelijkertijd uit de stad en uit Oosterbeek naar het punt waar de Schelmseweg en de Amsterdamseweg elkaar kruisen. Van alles slepen de evacués mee: rugzakken, tassen en koffers; zwaar beladen fietsen, handkarren en kinderwagens met kleding, huisraad, dekens en matrassen. Op boerenwagens en kruiwagens zitten ouden en zieken tussen en bovenop stapels spullen.

Evacuerende burgers op het Velperplein in Arnhem, 24 september 1944.

Wie op zomersandalen loopt, krijgt al snel flinke blaren. Kleine kinderen stappen dapper mee aan de hand van hun broertjes en zusjes, of worden kilometers lang gedragen door hun ouders. Want bijna niemand bezit nog een auto. De Duitsers hebben inmiddels vrijwel alle gemotoriseerde voertuigen geconfisqueerd.

De meeste evacués willen dicht bij Arnhem blijven. Ruim 30.000 bewoners negeren de aanbevolen routes en strijken neer binnen de gemeente Rheden, waartoe ook Rozendaal en Velp behoren. Deze twee dorpen barsten al snel uit hun voegen; ze zien de bevolking minimaal vervijfvoudigen. Aanvankelijk prefereren veel Arnhemmer die plaatsen boven Ede. De route naar Ede grenst direct aan het frontgebied en blijft geruime tijd onveilig. Daarom trekken meer mensen naar het noorden toe. Naast Ede en Apeldoorn, worden evacués ook verwezen naar dorpen als Otterlo en Hoenderloo.

Hulp van Rode Kruis en ambtenaren

Een groep mensen onder leiding van Jhr. Van der Does schept al improviserend orde in de chaos. Zo opent het Rode Kruis op 19 september een centrale evacuatiepost aan de Bakenbergseweg op de Hoogkamp. Vrijwilligers, waaronder blokhoofden van de luchtbeschermingsdienst, gemeenteambtenaren van Sociale Zaken, particulieren, Rode Kruis-medewerkers, een wethouder en andere gemeenteambtenaren doen wat ze kunnen.

Bij deze post kunnen evacués terecht voor hulp en advies. Verder zijn er Rode Kruis-evacuatieposten op de belangrijkste routes. Zoals in kasteel Zypendaal, theeschenkerij Sonsbeek, het Diaconessenhuis, Rust-Wat aan de Kempenbergerweg en het badhuis op de Geitenkamp. Hier delen vrijwilligers eten en drinken uit en kunnen passerende evacués terecht voor eerste hulp. Dergelijke evacuatieposten blijven een paar weken open, omdat de stroom evacués uit verschillende plaatsen wekenlang aanhoudt.

Voedseluitdeling langs de Amsterdamseweg, tijdens de Arnhemse evacuatie, 1944.

Uiteindelijk belanden de meeste evacués op en rond de Veluwe bij particulieren in huizen en boerderijen, of in openbare gebouwen zoals scholen. Wie elders familie met een kamertje over heeft, trekt daarnaartoe. Het westen is echter nauwelijks een optie, omdat daar al voedseltekorten zijn. De ontvangende gemeenten hebben hun handen vol aan de toestroom. En al die mensen hebben eten en leefgeld nodig.

Stadhuis in ballingschap

Geleidelijk aan ontstaat er een infrastructuur, die in de belangrijkste behoeften van de evacués voorziet. Want ook de ambtenaren van het Arnhemse stadhuis moeten uitwijken. Zij vestigen in Apeldoorn een gemeente-secretariaat in ballingschap. Hier kunnen de verspreid wonende Arnhemse evacués zich registreren bij Sociale Zaken. Verder zorgt een ‘Rijksnoodkeuken’ voor voedselvoorziening in Apeldoorn. Arnhemse gemeenteberichten verschijnen in het Mededeelingenblad van de Nieuwe Apeldoornsche Courant, dat eveneens ruimte biedt voor gratis oproepjes van mensen die hun familie zoeken.

Onderduik om Arbeitseinsatz te ontlopen

Overigens doen de mannen er goed aan om uit het zicht te blijven van de Duitsers. Het duurt nog geen week voordat zij de eerste grootschalige razzia uitvoeren in Apeldoorn. Ach, waarom niet? Als de mannen elders aan de stellingen werken, maken zij zich tenminste nuttig. Bovendien vermindert dan gelijk de bevolkingsdruk.

Evacuatie Oosterbeek, 24-25 september 1944

Terwijl de massa Arnhem verlaat, is het oorlogsgeweld in Oosterbeek al een week gaande. Hier vinden de hevigste gevechten plaats tijdens de Slag om Arnhem. De bewoners zitten in kelders als ratten in de val.

Er zijn moeders bij met pasgeboren baby’s en hoogbejaarden die geen goede houding kunnen vinden op de harde vloeren. Sommige kelders herbergen gewonde soldaten. Deze moedige Engelsen stoppen de kleintjes snoepjes toe. Gelukkig staan de schappen vol weckpotten met groenten en vruchten, dus is er eten genoeg. Maar het drinkwater raakt op en iedereen voelt zich vies. De spanning en vermoeidheid van opeenvolgende slapeloze nachten is van de gezichten af te lezen. Buiten is het levensgevaarlijk. Angstig wachten de kelderbewoners af.

In de ochtend van 25 september blijft het vreemd stil. Dan dringt het geluid door van stampende laarzen. Duitsers rukken kelderluiken open en bulderen dat iedereen moet verdwijnen. De dorpelingen pakken gauw wat spullen in: kleding, dekens en toiletartikelen; eten en drinken voor onderweg.

Vaders en moeders kijken elkaar aan. Moeten ze hun huizen zo achterlaten: onbewaakt en met gebroken ramen? Niemand heeft een officieel evacuatiebevel gezien. En waar moeten ze naartoe? Maar nieuwe gevechten worden verwacht en geen mens wil nog langer in kelders doorbrengen. Dus gaan ze weg. Sommigen proppen nog haastig wat waardevolle spullen in een kistje en begraven dat in hun tuin.

Eenmaal onderweg zien ze hoe erg de verwoesting is: alom ravage en zwaar beschadigde huizen. De wegen zijn bezaaid met takken, brokstukken puin en kapotte voertuigen.

Het vertrek uit Oosterbeek verloopt zoals de heer Maassen beschrijft: ‘… In de loop van de morgen veel geschreeuw, we moesten weg en wel zo gauw mogelijk. Dit waren echte Nazi’s, bevuilde gezichten, wilde ogen, ze kwamen van het front. De dekens mochten we niet meenemen, de Heren moesten slapen. We pakten onze spullen op mijn oude fiets. De kleine ging in de kinderwagen met wat spullen er boven op en daar gingen we.

Bij ons in de tuin lag een gesneuvelde Engelsman met zijn wapen naast zich en bij de buurman lag een gesneuvelde Duitser. Het was een naar gezicht. Met de witte vlag voorop gingen we richting station.

Wat een troep onderweg. De wegen lagen vol met dakpannen, hout, glas, munitie, enz. We konden er bijna niet door. Op de Dreyenseweg lag een aantal gesneuvelde Engelsen en er stonden kapotgeschoten voertuigen … Wat een stilte opeens! Bij de Amsterdamseweg aangekomen, staken we rechtover en gingen richting Schaarsbergen naar de Apeldoornseweg.

Onderweg werden we beschoten door vliegtuigen. Ik dacht dat het Duitsers waren, maar dat weet ik niet zeker. Niemand van ons was gewond. Er waren veel evacués onderweg vanuit Arnhem.

Inmiddels was in Apeldoorn bekend geworden wat er in onze omgeving had plaatsgevonden. Men kwam ons tegemoet met paard en wagens. Gelukkig maar, want de meesten konden niet meer. Moeders met kinderen, oude vrouwen en mannen werden op de wagens geladen. Mijn vrouw en baby en mijn schoonmoeder ook. Zij waren doodop.

Bij café Banning, vlak voor Apeldoorn, kregen we een beker heerlijke soep. Wat smaakte dat! Na enige tijd moesten we verder en werden we naar een fabriek gebracht. Dat bleek een kokosmatten fabriek te zijn. In de hallen was stro neergelegd. Daar zochten we een plaatsje op en moesten we de nacht doorbrengen. De volgende dag zouden we een evacuatieadres krijgen. De volgende dag, dinsdag 26 september, stonden vele Apeldoorners buiten te wachten om mensen mee te nemen.. … We werden liefdevol ontvangen, maar al gauw bleek dat het huis te klein was met ons erbij.  …’

Overige dorpen en Wageningen

Op vergelijkbare wijze evacueren bewoners uit het hele gebied van Arnhem tot en met Wageningen langs de Rijn. Wageningen heeft zelfs de twijfelachtige eer om tweemaal te worden ontruimd. Bij de eerste evacuatie, in mei 1940, was het vervoer goed geregeld. Maar op 1 oktober 1944, wanneer de bevolking een nieuw vertrekbevel krijgt, ligt er geen lange colonne met schepen op de Rijn klaar om de vluchtelingen en hun veestapels te evacueren. Voor 18.00 uur moeten alle bewoners de stad hebben verlaten. Zij vertrekken richting Bennekom en Veenendaal.

Evacuerende Wageningers op weg naar Veenendaal, oktober 1944.

Natuurlijk zijn er mensen die liever niet vertrekken. Boeren, bijvoorbeeld, willen bij hun boerderij en dieren blijven. Kwekers hebben groenten op het land staan en bij telers hangen de bomen vol rijp fruit. Zij vrezen dat hun machines, gereedschappen en voorraden zullen worden weggehaald in hun afwezigheid. En terecht. Andere mensen voelen zich te oud en te moe om te verkassen. Maar hoegenaamd iedereen moet uit het beoogde spergebied weg.

Het lot van de evacués

De van huis verdrevenen lopen tientallen kilometers en zijn totaal op wanneer ze in hun nieuwe verblijfplaats aankomen. Gemeenten, kerken en hulporganisaties zorgen dat ze een plekje krijgen of bij mensen kunnen inwonen.

Voor veel evacués volgt een moeilijke periode. De vluchtelingen worden opgevangen in de hele omgeving. Hoewel daar voldoende ruimte is, is goede huisvesting schaars. Door de plotselinge bevolkingstoename puilen alle toevluchtsoorden uit. Gezinnen verblijven letterlijk in kippenhokken en varkensstallen. De schuren en hokken zijn volstrekt ongeschikt in de koude winter die volgt. Maar warmere koeienstallen moeten in oktober weer worden ontruimd, omdat het vee dan van het land komt.

De maandenlange inkwartiering trekt een zware wissel op bewoners en evacués. Spanningen zijn nu eenmaal onvermijdelijk wanneer mensen zeer krap behuisd zijn en bij vreemden moeten inwonen. Wie zich minder welkom voelt, zoekt na verloop van tijd elders een beter onderkomen. Een aantal evacués reist verder naar boeren en gastgezinnen in onder meer Friesland en Groningen.

De zusters, ‘oudjes en weesjes’ van Insula Dei treffen het dan toch beter. De meesten van hen komen terecht in het leegstaande vakantiehuis van de Hoogovens. Op de Schansenberg in Loenen genieten ze bijna een jaar lang onderdak en goede zorg. Alleen wacht hen bij terugkeer een grote teleurstelling. In 1945 zien de zusters hun gebouwen aan het Walburgisplein, hun pand de Heselbergh en het Sint Nicolaas-internaat totaal verwoest terug.

Overzicht evacuaties Arnhem tot en met Rhenen

Vanwege de gevechtssituatie, komt de evacuatie in de meeste plaatsen rommelig en voortijdig op gang. Het onderstaande overzicht bevat vertrekdata uit evacuatiebevelen en data waarop achterblijvers alsnog moeten vertrekken. De literatuur is echter niet eenduidig. Daarom zijn aanvullingen en correcties welkom.

Evacuatie september/oktober 1944 naar Ede en Apeldoorn.

Arnhem: 17 september 1944 aanvang evacuatie vanwege de gevechten, grootschalige evacuatie tussen 23 – 25 september. Uitzonderingen: Burgers Dierenpark, het Openluchtmuseum, Schaarsbergen, landgoed Bronbeek en de wijk Geitenkamp. Schaarsbergen evacueert alsnog op 2 – 3 november 1944.

Langs de zuidelijke Veluwezoom:

  • Oosterbeek: 17 september begin uittocht; 25 – 26 september verplichte evacuatie richting Ede en Apeldoorn.
  • Wolfheze: 17 september begin uittocht; 1 oktober verplichte evacuatie richting Heelsum.
  • Heveadorp: 17 – 25 september, het merendeel van de bewoners gaat naar Veenendaal.
  • Renkum: 23 – 26 september verplicht vertrek richting Ede en Dieren/Zutphen. Rond 1 oktober vertrekken achtergebleven bewoners wegens beschietingen richting Bennekom en Ede.
  • Doorwerth: 1 oktober wegens beschietingen, uittocht richting Bennekom.
  • Heelsum: 1 oktober wegens beschietingen, uittocht richting Bennekom.
  • Wageningen: 1 oktober richting Rhenen, Bennekom en Veenendaal.
  • Rhenen: stapsgewijs tussen 3 – 22 oktober, o.a. richting Amerongen, Doorn en Leersum.
  • Bennekom: 19 – 22 oktober verplichte evacuatie van het dorp richting Ede; het buitengebied volgt later.

Wie dicht bij huis blijft, kan het slecht treffen. Zoals de mensen uit Heelsum en Wageningen, die eerst naar Bennekom en Rhenen gaan, en drie weken later verder moeten trekken. Sommige bewoners rekken hun verblijf desondanks tot het uiterste. Zij zien hoe de dwangarbeiders voor de verdedigingslinie het ontvolkte spergebied worden binnengeleid. Het is nog geen maand na de ontruimingen, wanneer deze nieuwe bewoners verschijnen.

Hoe de stapsgewijze ontruiming van het frontgebied in de Liemers en in de Betuwe verloopt, leest u in de volgende berichten.

(Literatuur. Bron meubels Kurhaus: Blik omhoog, deel 3. Bron actueel advies Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid: crisis.nl/wees-voorbereid/evacuatie. Bron citaat evacuatie familie Maassen: Gelders Archief 2898 – 705 G.H. Maassen Sr., september 1985 herinneringen. Bron evacuatie Insula Dei: Insula Dei 1863-1963, J. Hooyman. Bron evacuatie Arnhem o.a. Van Iddekinge. Zie verder bij Bronnen.)

(Afbeeldingen. Bron foto Velperplein: Gelders Archief 1560-5931, evacuerende burgers op het Velperplein in Arnhem, fotograaf Wenzel, Duitse leger, 24 september 1944, Public Domain Mark 1.0 licentie.)
(Bron foto voedselpost: Gelders Archief 1560- 2068, Amsterdamseweg ter hoogte van het huis Schweizer Höhe. Evacués onderweg per fiets van Arnhem naar Ede, september/oktober 1944, fotograaf onbekend, Public Domain Mark 1.0 licentie.)
(Bron foto evacuatiestoet: Gemeentearchief Wageningen GA.1594, evacuatie naar Veenendaal, Wageningers te voet en met paard en wagen onderweg, oktober 1944, foto Henk Lamme, Veenendaal.)
(Bron tekening: Gelders Archief 1560-5930, evacuatie september/oktober 1944, tekenaar onbekend, Public Domain Mark 1.0 licentie.)

© 2022 Copyright Graven in de vuurlinie.