Leven in doorgangskamp Zevenaar

Zevenaar neemt een bijzondere plaats in binnen het verhaal over de dwangarbeiders van de Panther-Stellung.

Van oudsher is de stad al een belangrijke halteplaats op de verbindingsroute tussen Duitsland en het westen van Nederland. Van belang hierbij is het verkeersnetwerk met het station en het spooremplacement. In de Tweede Wereldoorlog voeren de Duitsers via de route Emmerich – Arnhem onder meer hun manschappen en zware militaire materieel aan. In omgekeerde richting rijden de treinen met Nederlandse dwangarbeiders naar Duitsland toe.

Na de geallieerde opmars in de zomer van 1944 wordt de Liemers opgenomen in het stelsel van Duitse verdedigingslinies dat de Heimat moet beschermen. Zevenaar raakt zelf ook verstrikt in een zeer uitgebreid netwerk van loopgraven, tankgrachten en andere verdedigingswerken.

Als vestingplaats van diverse Duitse organisaties krijgt Zevenaar de functie van bestuurlijk en logistiek centrum. De stad is, samen met Ede en Arnhem, een van de plaatsen waar het Arbeitsbereich der NSDAP in den Niederlanden een taakgroep of Einsatzgruppe heeft. Vanuit Zevenaar wordt onder meer het bouw- en graafwerk aan de verdedigingslinies gecoördineerd.

Durchgangslager Zevenaar

Vanaf september 1944 komen duizenden dwangarbeiders uit het westen en noorden van Nederland aan op het station. Talloze anderen uit de Liemers, de Achterhoek en regio Arnhem moeten te voet naar Zevenaar. Daar vindt de verdeling over de verschillende bouwlocaties plaats van deze onwillige arbeiders. Een deel blijft achter in Zevenaar; de rest vertrekt naar kampen in de omgeving. Zo verblijven honderden gravers van de Panther-Stellung in het nabijgelegen Groessen. Als de afstand het toelaat, lopen of fietsen mannen dagelijks uit omliggende plaatsen naar de bouwlocaties van de linies.

Bord Turmac-fabriek in het huidige grand café van het voormalige fabrieksgebouw

Duizenden andere dwangarbeiders bemerken tot hun schrik dat Zevenaar hun laatste halteplaats in Nederland is. Zij vertrekken direct, na een nacht, of na een korte werkperiode met verblijf in de Turmac-fabriek, naar Duitsland. Daar worden ze over het hele land verspreid. Een aantal mannen vertrekt lopend naar strafkampen in Bienen en Rees, vlak over de grens bij Emmerich, waar onder meer ook aan de Panther-Stellung wordt gewerkt.

De stad in de regio

In 1940 telt Zevenaar circa 8.000 inwoners. In het westen stroomt de IJssel; in het zuiden de Rijn, en in het oosten is de Duitse grens tamelijk dichtbij. De stad vervult een regionale centrumfunctie. Zevenaar biedt onderwijs, medische zorg en werkgelegenheid. Veel mensen verdienen hun brood in het gebouwencomplex van de Turmac-sigarettenfabriek.

Zevenaar in de Tweede Wereldoorlog

Tijdens de eerste oorlogsjaren blijft het, na schermutselingen in 1940, relatief rustig in Zevenaar. Dat verandert medio augustus 1944. Dan zijn treinen en het spoorwegnetwerk herhaaldelijk doelwit van geallieerde beschietingen en bombardementen. Onder meer op 25 augustus 1944 is het goed raak. Amerikaanse jagers schieten vijf olietanks met circa 200.000 olie op het spooremplacement in brand. De enorme vuurzee is tot 60 kilometer verderop zichtbaar. Op 5 september wordt een vanuit Arnhem naderende goederentrein beschoten door geallieerde jachtvliegtuigen. De trein komt tot stilstand bij het naburige station Duiven. Daar gaan zeven tankwagens vol benzine in vlammen op en het stationsgebouw zelf gaat in vlammen op.

Op 17 september 1944 lossen Duitse SS-troepen tientallen tanks op het Zevenaarse station. De zware mastodonten denderen door naar Arnhem en naar Nijmegen. Onderweg rijden ze overal klinkerwegen en trottoirs aan gort. Diezelfde dag barst vanuit de lucht het oorlogsgeweld los. De geallieerden werpen raketbommen op een geparkeerde goederentrein met twaalf olietanks, benzinereservoirs en volle munitiewagons. De hele boel explodeert. Ook het station zelf is doelwit.

Vanaf oktober 1944 volgen meer geallieerde bombardementen en tal van beschietingen op de stad. Ook de Duitsers laten voor hun vertrek in de nacht van 2 op 3 april 1945 een spoor van vernieling achter. Zij blazen in het centrum alle gebouwen rond het kruispunt Grietsestraat-Arnhemseweg op.

Graafwerk in omgeving Zevenaar

Vanaf begin september 1944 werken de Duitsers rond Zevenaar aan meerdere verdedigingslinies tegelijk. Deze linies maken als samenhangend geheel onderdeel uit van de verlenging van de Duitse Westwall. Ten zuiden van de stad volgt de Panther-Stellung de loop van de Rijn. Deze linie is vanaf de rivier richting het noorden gezien ongeveer tien kilometer diep. Ten westen van de stad wordt de IJssellinie aangelegd. In het oosten graven dwangarbeiders aan de Beek-Riegel. En dan is er nog een vierde linie waar Zevenaar zelf onderdeel van is.

Die vierde verdedigingslinie begint bij Pannerden en staat haaks op de Panther-Stellung. De linie loopt noordwaarts vanaf de Rijn (Pannerdens Kanaal) dwars door Oud-Zevenaar en de stad Zevenaar. Daar gaat deze linie verder via Giesbeek naar Doesburg en de IJssellinie toe. Het stellingwerk bestaat uit een zeer uitgebreid netwerk van op elkaar afgestemde verdedigingsmiddelen. Rond Zevenaar liggen minimaal zeven ruwweg parallel gegraven verbindingsloopgraven met schuttersputten, evenals drie anti-tankgrachten. Ook zijn er onder meer artillerieopstellingen, bunkers en prikkeldraadversperringen. Bij de aansluitpunten loopt de ene linie vrijwel naadloos over in de andere.

Het stelsel van verdedigingswerken in en rond Zevenaar, situatie maart 1945

Een ding is zeker. In de Liemers zijn duizenden arbeiders maandenlang zoet met de aanleg van honderden kilometers loopgraven, tankgrachten en al wat daarbij hoort. Als coördinatie-zenuwcentrum krioelt Zevenaar tot aan de plaatselijke bevrijding in april 1945 van de gravers.

Plaatsen van herkomst dwangarbeiders

De bevolking van Zevenaar is van oudsher al gewend aan doorgaande reizigers, maar in 1944/1945 verblijft er wel uit een uitzonderlijk bont gezelschap in de stad. Alleen al de aanwezige Duitsers komen uit verschillende delen van hun land, zoals Hannover (Nedersaksen), Westfalen, Berlijn en het Rijnland.

Waarschijnlijk hebben zij krijgsgevangenen uit andere landen meegebracht naar de Liemers. (Er werken met zekerheid gevangen Italianen, Fransen en Russen in Arnhem en langs de Veluwezoom.) Deze ‘vijandelijke’ militairen worden voor de zwaarste en gevaarlijkste klussen ingezet.

Zodra de aanleg van de verdedigingslinies start, haalt de NSDAP mensen uit de hele omgeving naar Zevenaar. Er werken mannen uit plaatsen langs de Veluwezoom, zoals Arnhem, Ede, Oosterbeek, Velp en Wageningen. Ook uit de eigen streek moeten mannen opdraven. Een aanzienlijk aantal graaft op andere locaties in de Liemers, maar mannen uit Bergh en Didam moeten bij Zevenaar aan de slag.

De Achterhoek is eveneens een belangrijk ‘wingebied’ van arbeidskrachten. Onder veel dwang worden mannen opgetrommeld in Aalten, Borculo, Doetinchem, Eibergen, Gendringen Groenlo, Lichtenvoorde, Ruurlo, Winterswijk, Wisch en Zelhem.

In oktober beginnen de grote razzia’s in andere Nederlandse provincies voor de stellingbouw. De Duitsers brengen opgepakte mannen uit onder meer Apeldoorn, Assen, Bussum, Den Haag, Deventer, Groningen, Leeuwarden, Rotterdam, Utrecht en Zwolle naar Zevenaar.

Duitse organisaties in de stad

Tijdens de bezetting krijgen Duitse organisaties zeggenschap over vrijwel alle facetten van het openbare leven. Nederlandse burgemeesters staan min of meer onder curatele van Duitse militaire Ortskommandanten. Zevenaar is een regionale vestingplaats van verschillende Duitse organisaties. De bevolking en de dwangarbeiders krijgen te maken met de NSDAP, de OT, de Wehrmacht, de SS-kommandantur en diverse paramilitaire bewakings-organisaties.

Het Arbeitsbereich der NSDAP in den Niederlanden moet zorgen voor de aanvoer van arbeiders. Aanvankelijk hebben de regionale taakgroepen organisatorisch moeite met de grote toestroom. Na een maand nemen NSDAP-afdelingen uit Noordwest-Duitsland de taken over.

De Organisation Todt (OT of kortweg ‘Todt’) is verantwoordelijk voor de bouwkundige supervisie en uitvoering van het project voor de Panther-Stellung. De OT voert opdrachten van de Wehrmacht uit. NSB’ers verwerven diverse functies bij dit bouwproject. In Zevenaar neemt NSB’er Bisseling de leiding van de OT op zich.

Vanuit Zevenaar beheert een Einsatzgruppe van de NSDAP verblijfskampen voor dwangarbeiders. Er zijn kampen in onder meer Westervoort, Didam, Duiven, Groessen, Lobith, Tolkamer, Spijk en in Zevenaar zelf. Na hun aankomst op het station moeten veel mannen te voet naar omliggende dorpen, waar ze worden ondergebracht in scholen, feestzalen en boerderijen. Zie dit overzicht van verblijfskampen in de Liemers.

De bewaking van de dwangarbeiders is in handen van Duitse of Duitsgezinde veiligheidsdiensten en (para)militaire organisaties. Welke organisaties hierbij betrokken zijn en wat zij doen, leest u op de pagina Bewaking dwangarbeiders.

Meer over de Duitse organisaties en hun onderlinge taakverdeling staat op pagina Organisatie en uitvoering bouw.

De SS-Kommandantur

Waar niemand in Zevenaar omheen kan, is de SS-Kommandantur. Het hoofdkwartier van de plaatselijke SS en de staf van de regionale SS is gevestigd in café ‘Gaststätte’ Wielerlust aan de Didamseweg. Het café doet soms ook dienst als gevangenis, zoals voor gijzelaars uit Zelhem. Er vinden met regelmaat troepenwisselingen plaats, maar op 7 januari 1945 is het SS Ersatz-Batallion Westphalen gelegerd in Zevenaar.

Het multifunctionele Juvenaat aan de Babberichseweg dient als SS-stafkwartier, onderdak voor soldaten, SS-gevangenis (inclusief verhoor- en martelpraktijken) en huisvesting voor de gravers van de OT. Gijzelaars uit de Liemers en de Achterhoek worden naar Zevenaar gebracht en opgesloten in het Juvenaat, in hotel De Pauw en in café Smit. Het Juvenaat fungeert mogelijk eveneens als geheime munitieopslagplaats voor de Wehrmacht. Met de geallieerden in aantocht, verlaten de Duitsers het gebouw op 19 maart 1945.

De Ortskommandantur en de burgemeesters

De commandopost van de Ortskommandantur (een soort militair stadsbestuur van de Wehrmacht) is eveneens gevestigd in café Wielerlust. Vanuit het café worden de militaire graafwerkzaamheden gecoördineerd voor de OT. De Ortskommandant zelf resideert in het kasteeltje van Van Nispen.

Burgemeesters van omliggende gemeenten krijgen uitnodigingen voor besprekingen met de Ortskommandant in het café. Bijvoorbeeld over het leveren van dwangarbeiders en over de ontruimingen. Omgekeerd moeten lokale inwoners, organisaties en burgemeesters voor elk wissewasje naar de Ortskommandantur toe om toestemming te verkrijgen. Zoals Ausweise voor toegang tot het spergebied om eigen spullen op te halen. Plaatselijke bestuurders mogen geen zelfstandige beslissingen nemen over belangrijke zaken als dijkbeheer, ziekenzorg, en voedselvoorziening. Overigens valt er nog redelijk te praten met de Ortskommandant van Zevenaar.

De militaire activiteiten en aanleg van de verdedigingslinies plaatsen lokale bestuurders in een spagaat. De linies gaan dwars door akkers en wegen heen en militaire manoeuvres richten veel vernielingen aan. Daarbij brengen de loopgraven bij dijken en sluizen hele polders in gevaar. Bestuurders proberen de Duitsers tot rede te brengen, maar moeten hen ook min of meer te vriend houden.

Bovendien houdt de Duitse bezettingsmacht de plaatselijke burgemeesters aansprakelijk, indien er niet genoeg inwoners opdagen voor het graafwerk. In de wijde omtrek moeten mannen zich hiervoor aanmelden, maar de animo is gering. Daarom neemt de repressie toe vanaf september 1944.

In Zevenaar voltrekt zich een persoonlijk drama als burgemeester jhr. A.E.M. van Nispen tot Pannerden 300 mannen moet verzamelen. Aangezien er te weinig verschijnen, gijzelt het SS-commando tien vooraanstaande burgers. De Duitsers dreigen hen te fusilleren en de stad te bombarderen. Vol gewetenswroeging verspreidt de burgemeester alsnog een dringende oproep. Over zijn daad legt hij op 8 september verwoording af aan de op de Markt verzamelde bevolking. Kort daarna meldt hij zich ziek en treedt hij af. Hij wordt opgevolgd door (loco) burgemeester Borst.

Deze Cornelis J.M. Borst is beter opgewassen tegen de grillen van de Duitsers. Borst is geen NSB’er of sympathisant, maar wel zeer autoritair en een sluwe onderhandelaar. In zijn loopbaan werkt hij zich op van sergeant bij de politietroepen, via conciërge, koster, boekhandelaar en ten slotte controleur. Met zijn houding, gewiekstheid en opvattingen dwingt hij voldoende gezag af bij de Duitsers.

Razzia’s en gijzelingsacties

In de hele regio past de bezettingsmacht vergelijkbare tactieken toe. Steeds volgen razzia’s en/of gijzeling van vooraanstaande burgers wanneer er te weinig mannen verschijnen. Dit gebeurt in opdracht van het ‘SS-kommando Zevenaar’ onder meer in Didam, Doetinchem, Bergh bij ’s Heerenbergh, Gendringen, Lichtenvoorde, Aalten en Winterswijk.

Dergelijke gijzelingsacties gaan maandenlang door. Ook nemen de Duitsers hun kans gelijk waar wanneer burgemeester Borst even afwezig is in januari 1945. Ze gijzelen tien Zevenaarse mannen, zodat voldoende plaatsgenoten zich aanmelden voor het graafwerk. De laatste meldplicht voor Zevenaarse mannen is op 13 maart.

Lees meer over vergelijkbare gijzelingsacties en represailles op de pagina Burgemeesters in het nauw.

Durchgangslager arbeiders

Als doorgangskamp is Zevenaar een overstapplaats en logistiek centrum voor de distributie van arbeidskrachten. Na verschillende razzia’s voor de Arbeitseinsatz elders in Nederland, zetten de Duitsers grote aantallen dwangarbeiders op transport. Een deel wordt via Zevenaar naar Duitsland afgevoerd.

Zo arriveert een dag na de Apeldoornse razzia van 2 december 1944 een trein met mannen op het station van Zevenaar. Deze dwangarbeiders zijn via omwegen een hele dag en een nacht onderweg geweest. Al die tijd zaten ze opgesloten in wagons zonder toilet. Ze hebben honger en een enorme dorst, want eten of drinken was er evenmin.

De Duitsers brengen pas aangekomen groepen voor een of meer nachten onder in de nabijgelegen Turmac-fabriek. Zo ook de Apeldoorners. Eindelijk krijgen ze eten en kunnen ze gaan slapen op stro in een grote hal.

Intussen bereiden de Duitsers een selectie voor op basis van leeftijd. De oudere mannen blijven achter in Zevenaar. De jongeren worden de volgende dag rond 10:00 uur bijeengedreven. Te voet en onder bewaking moeten ze verder richting het oosten. Op dat moment verkeren ze nog in onwetendheid over hun bestemming. Maar deze pechvogels zijn op weg naar strafkamp Rees in Duitsland, waar ze voor graafwerk zullen worden ingezet.

Omgang met de OT en andere Duitsers

Tot medio september 1944 gaan de Duitsers redelijk relaxt om met de plaatselijke bevolking. Burgemeester Van Nispen tot Pannerden laat zich wel intimideren door ‘een bullebak van een Gestapo-kerel’, Herr Inspektor Jahn. Maar zijn opvolger Borst beseft dat hij zich bij deze Duitser moet laten gelden. ‘Flink van je af bijten’, luidt zijn advies.

Na kennismaking op 14 september met de nieuwe Ortskommandant in Zevenaar, schrijft burgemeester Cremers van het dorpje Pannerden lovend over hem: ‘een allerbeminnelijkste man’. Bijna 2.000 Nederlandse arbeiders moeten onderdak krijgen in de dorpen ten noorden van de Oude Rijn. Wellicht voelt de Ortskommandant aan dat hij met een charmeoffensief meer gedaan krijgt bij deze sociaal-betrokken burgemeester.

Over een charmeoffensief gesproken; ook de arbeiders uit de regio hebben zo hun methoden. Wahlen schrijft hierover: ‘Bracht men in die periode zoo’n OT-kerel wat ‘Schnapps’ mee – een gemeen, clandestien gestookt goedje – of nog liever een paar eieren (waar alle OT-leiders zo verlekkerd op waren), dan kon men doorgaans gerust een paar dagen er ongestoord tusschen uit knijpen. Controle was er weinig, verwarring des te meer.’

Toch wordt de werksituatie snel minder aangenaam. Met de nieuwe militaire bevelhebber van de Ortskommandantur komen tegelijk allerlei hotemetoten mee van de NSDAP. Zij stappen ‘hoogborstig’ en als een stel bemoeials rond in Zevenaar. Deze bouwopzichters en andere medewerkers van de OT krijgen de bijnaam Goudfazanten vanwege hun geelbruine uniform. Hun kantoor vestigen ze in de mooiste vertrekken van het Juvenaat. Daar richten ze eveneens een rijkelijk van drank en voedsel voorziene keukenafdeling in. Voor eigen personeel.

Tot hun gevolg behoren SA-mannen. Dit zijn leden van een paramilitaire beschermingsdienst die ook als Bauleiter, opzichters en bureaupersoneel OT-werk doen. Direct voeren ze een strenge Pruisische discipline in met veel gebrul van bevelen als: ‘Los, Mensch’. (Ga, schiet op!)

Op 18 september (tijdens de Slag om Arnhem) verschijnt bovendien de gevreesde ‘zwarte SS’ ten tonele. Binnen de kortste keren ligt hun dominante Sturmbahnführer overhoop met Hans Gehrich, de NSDAP Kreisleiter in Zevenaar. Deze NSDAP-leider neemt zelfs burgemeester Borst in vertrouwen door hem te waarschuwen voor het SS-gajes uit Gau Berlin. Voor de Duitsers valt het ook allemaal niet mee.

En voor de arme dwangarbeiders evenmin. De spanning stijgt wanneer de geallieerden op 20 september de Waalbrug bij Nijmegen in handen krijgen. Vanaf dat moment wordt het Arnhem-front nog belangrijker. De Duitsers tolereren geen gedraal meer van de arbeiders. Die moeten ’s morgens stipt om half acht marsvaardig opgesteld staan tegenover de Mulo-school (een OT-bolwerk) in de Nieuwe Doelenstraat. En al vliegen de kogels en granaten om hun oren, er moet bij Westervoort worden doorgegraven op de rechter IJsseloever. Daarop zien de bewakers streng toe. Maar ook zij moeten dekking zoeken tijdens felle beschietingen.

De bewoners van Zevenaar zitten met een massa ingekwartierde Duitsers opgescheept, plus inwonende evacués uit het strijdgebied en dwangarbeiders uit de regio. De arbeiders overnachten zo mogelijk bij familie of vrienden. Daar hebben ze het aanzienlijk beter dan in een kamp.

Op 5 oktober arriveert er kennelijk weer een nieuwe groep SA-mannen en Organisation Todt-medewerkers in de stad. In elk huis moeten de bewoners een kamer afstaan. Huis aan huis wordt stro gebracht om slaapplaatsen voor deze Duitsers te creëren. Hun stro is wel vers, maar het gemis van een goed matras hebben ze met de dwangarbeiders gemeen. Voor het overige zorgen de Duitse heren dat het hen aan weinig ontbreekt. Ze vorderen fietsen naar willekeur en zorgen dat ze ruim genoeg te eten krijgen. Vlees, eieren en spek het liefst.

Gevaren en ontberingen in Zevenaar

Met het Duitse front in de nabijheid, is Zevenaar voor niemand een veilige woonplaats. In september 1944 zijn vooral dorpen langs de Rijn en de IJssel, zoals Westervoort en Loo, mikpunt van geallieerde beschietingen. Dat verandert vanaf begin oktober 1944. Dan komt ook het verder noordwaarts gelegen Zevenaar in het vizier. Veel inwoners beschikken over schuilkelders of hebben schuilloopgraven aangelegd in hun tuin.

Binnenshuis voelen mensen zich nog enigszins veilig, al zijn ze het urenlang schuilen in hun kelders spuugzat. Maar de dwangarbeiders werken onbeschut langs dijken en in open polders. Zevenaar en het omliggende gebied liggen tot aan de bevrijding regelmatig onder geallieerd vuur.

Voor de bewoners is het behelpen tijdens die laatste oorlogswinter. Een deel van de woningen heeft geen leidingwater meer en evenmin elektriciteit. Sommige slimmeriken trekken illegaal een stroomkabeltje naar het kasteel van Van Nispen, waar de Ortskommandant verblijft.

Voor het graafwerk moeten de mannen zelf schoppen meebrengen. Natuurlijk zijn ze die kwijt. Daarom plunderen de Duitsers alle ijzerwarenhandels in de regio. En die zaken niet alleen. Na verloop van tijd kunnen winkeliers nauwelijks nog aan voorraden komen, dus sluiten de meeste winkels. Voedsel en andere essentiële benodigdheden zijn op de bon.

Die winter is het ijskoud. Mensen proberen op allerlei manieren om aan brandstof te komen. Heel wat bomen worden in het duister omgehakt. Als er sneeuw ligt, vervoeren mensen gesprokkeld hout op een slee. Daarbij lopen ze wel weer het risico dat een militair hun vervoermiddel claimt. ‘Der Deutsche Soldat stehlt nicht, er nimmt nur was er braucht.‘

Echter, wie weinig macht meer heeft, moet slim zijn. Burgemeester Borst en zijn kornuit Huijzendveld leiden de Duitsers in november 1944 mooi om de tuin. De Wehrmacht heeft kolen nodig en deze twee heren kunnen daar wel voor zorgen. Via administratief gesjoemel drukken ze gelijk 30 ton kolen achterover bij de kolentransporten vanuit de Arnhemse gasfabriek.

De extra brandstofvoorraad komt goed van pas in het ziekenhuis, het badhuis, het ontluizingsinstituut en in de Patronaatszaal van de dwangarbeiders. Daar hebben de gravers een fijne en verwarmde plek om de avond door te brengen. ‘Het Rode Kruis te Zevenaar heeft van de SS gedaan gekregen dat de arbeiders ’s avonds in een verlicht en verwarmd Patronaatsgebouw wat ontspanning konden vinden.’

Toch raakt het leven in de stad gaandeweg totaal ontregeld. Fabrieken liggen stil, er wordt geen post meer bezorgd, de telefoon werkt niet meer en ook de vuilophaaldienst stopt ermee. Overigens bevat het door de Duitsers bezette Turmac-gebouwencomplex een noodziekenhuis in 1944. Hier verzorgt hulpprediker Bartels korte kerkdiensten voor de dwangarbeiders op zondagochtenden.

Vanwege de toenemende beschietingen wil de Ortskommandant Zevenaar evacueren. Burgemeester Borst weet dit bij herhaling te voorkomen. Hierdoor bespaart hij de inwoners, naast veel ongemak, ook plundering van hun woningen. Alleen de mensen ten zuiden van de spoorlijn moeten medio februari 1945 vertrekken, evenals de bevolking van Babberich, Ooy en Oud-Zevenaar.

Tegen die tijd is het moreel onder de Duitsers tot een dieptepunt gedaald. Zij beseffen allemaal dat de strijd ten einde loopt. Vanwege de algehele misère en met de geallieerden in aantocht, lopen de onderlinge spanningen op. Zo ontstaat er op 28 februari ruzie tussen twee collega’s van de NSDAP Einsatzstab Zevenaar in het Juvenaat. Dat mondt uit in een vuurgevecht waarbij de een de ander bovenaan een trap doodschiet. Uit ‘zelfverdediging’, zegt men naderhand.

De aanhoudende oorlogshandelingen veroorzaken veel persoonlijk leed en grote materiële schade in Zevenaar en het omringende land.

Huisvesting van de dwangarbeiders

Kort na de razzia in Utrecht komt op 9 oktober een groep mannen aan in de stad. SS’ers begeleiden deze verse ploeg dwangarbeiders naar hun onderkomen. Hier en daar ontvangen de Utrechtenaren appels, sigaretten en broodjes van de bewoners.

Kerkstraat Zevenaar met hoofdgebouw Turmac sigarettenfabriek

‘Een groot massaal gebouw rees voor ons op. Duizenden konden daar geborgen worden. In groepjes van vier man stegen we de hoge trappen op, die ons buitenom het gebouw naar boven geleiden. Inmiddels was de duisternis ingevallen. Licht was er niet en mocht niet worden aangestoken, want de zalen waren met stro belegd. Geen licht, geen water, geen eten, geen drinken. Niets tot enig gerief van een mens. We vielen van vermoeidheid in slaap. Dat duurde niet lang. Plotseling werden we wakker geschud door een zwaar geschut. Zeker afweer van de Duitsers? Het bleek granaatvuur te zijn van de Engelsen uit de richting Nijmegen. Het was kort maar hevig en uiteraard weinig bemoedigend voor ons. De granaten vlogen fluitend over de Turmac.’ Aldus W. de Kam.

Het gebouwencomplex van de Turmac-sigarettenfabriek staat nabij het treinstation. De boel is compleet leeggeroofd en machines zijn naar Duitsland afgevoerd. Logischerwijs gebruiken de Duitsers de lege fabriekshallen nu als hoofdonderkomen voor dwangarbeiders op doortocht, evenals voor grote groepen mannen die in de buurt aan de slag moeten gaan.

Een tweede verblijfskamp wordt ingericht op de bovenste verdieping van de RK kostschool het Juvenaat aan de Babberichseweg. Daar slapen ze dus vlakbij de martelkamers en gevangenis van de SS.
Verder verblijven er groepen dwangarbeiders op havezate / landgoed Enghuizen. Eind september/begin oktober overnachten veel Winterswijkse gravers in café Smit en later in hotel De Pauw in de Kerkstraat. Anderen mannen verblijven op door henzelf geregelde adressen bij particulieren (vrienden en familie) thuis. Ook pendelen arbeiders uit omliggende dorpen vanuit huis naar het werk in en rond Zevenaar.

Over het dagelijkse leven in deze en andere kampen verschijnen de komende maanden meer berichten op Graven in de Vuurlinie.

(Literatuur. Bronnen leefsituatie Zevenaar en marktrede Van Nispen: Er op of er onder; scriptie Canne Meijer en Met de moed van de angst. Bronnen vestiging Duitse organisaties: Oorlog over het Gelders Eiland en Dagboek Cremers. Bron burgemeester Borst: Zevenaar 50 jaar bevrijd, deel 1. Bron omgang met Duitsers: Ons laatste halfjaar. Bron ruzie in Juvenaat: Old Senders Ni-js, 2001-2, artikel Omgekomen Duitsers. Bron aankomst W. de Kam, ‘Een maand arbeidsinzet in Zevenaar en omstreken’, in: Zevenaar 50 jaar bevrijd, deel II. Zie bronnen voor de geraadpleegde dagboeken en literatuur.)

(Afbeeldingen. Bron foto emaillen bord met embleem Turmac-fabriek Zevenaar, Karin van Veen, 2022.)
(Bron uitsnede militaire kaart: map 4002 Zevenaar, Eastern Holland: defence overprint, 19 March 1945, © Government of Canada. Reproduced with the permission of Library and Archives Canada (2022). Source: Library and Archives Canada/Department of National Defence fonds/e999909844-u.)
(Bron foto Kerkstraat Zevenaar met Turmac fabriek: Stichting Dwangarbeiders Apeldoorn, naam fotograaf vooralsnog onbekend.)

© 2022 Copyright Graven in de vuurlinie.