Duiven 1944: OT-verblijfskampen en bouwlocatie

(Wat vooraf gaat. Eind september 1944 wordt de Rijn in Gelderland frontgebied. Veel bewoners moeten vertrekken, terwijl Nederlandse dwangarbeiders naar het spergebied worden toegebracht. Zij leggen hier de Panther-Stellung verdedigingslinie aan, ondanks geallieerde beschietingen vanuit de Betuwe.)

Aankomst in Duiven

Op maandag 30 oktober 1944 verschijnt in Duiven rond acht uur ’s avonds een bont gezelschap van zo’n 250 fietsers en 200 voetgangers. Ze zijn twee dagen eerder opgepakt tijdens de razzia in Zeist. Veel mannen brengen koffers of rugtassen mee; anderen zijn kennelijk zo van straat geplukt en hebben geen persoonlijke bagage bij zich. Maar een ding hebben ze gemeen: allemaal dragen ze een schep. De heer Hartogsveld is een van hen. Hij heeft zijn fiets meegenomen en wordt met een groep in een school ondergebracht. De komende dagen zullen de mannen graafwerk moeten verrichten voor de Duitse Organisation Todt in het nabijgelegen Loo.

Duiven in de jaren 1939 – 1944

Waar zijn ze eigenlijk terecht gekomen? Duiven ligt in de Liemers. Dit kleine dorp vormt samen met de naburige dorpjes Groessen en Loo een gemeente, waar in 1944 totaal ongeveer 4.100 mensen wonen. Loo is het kleinst en ligt direct aan de Rijn. Duiven en Groessen zijn dorpen met veel groentetelers, fruitkwekers en veeboeren op de omliggende landerijen.

Detail Kadaster Topotijdreiskaart Duiven, Groessen en Loo bij de Nederrijn, circa 1944. (Zie voor een vergroting: Topotijdreiskaart.)

De dorpskern van Duiven ligt enkele kilometers ten noorden van de spoorlijn Arnhem – Emmerich, dus een stukje van de Rijn en de IJssel af. Aangezien de Panther-Stellung ten zuiden daarvan langs de Rijn loopt, schampt de verdedigingslinie hier langs de rand van het buitengebied. Dicht bij twee rivieren, het spoor en bruggenhoofd Westervoort gelegen, maakt Duiven in de Tweede Wereldoorlog meerdere schermutselingen mee. Dat begint tijdens de mobilisatie.

In 1939 worden militairen uit Rotterdam en omgeving in Duiven gelegerd. Ze plaatsen op strategische punten betonnen wegversperringen en kazematten. Zoals op de Achtergaardsestraat in Groessen. Daar komt een aspergeversperring van beton met schuin rechtopstaande metalen spoorstaven, die een verwachte opmars van Duitse tanks moet tegenhouden. Het mag niet baten, wanneer de Duitsers Nederland inderdaad binnenvallen. Voor de drie dorpen is de Duitse heerschappij niet nieuw, want tot 1816 behoorden ze tot de enclaves van Kleef.

Na de Duitse inval in mei 1940, blijft het de eerste oorlogsjaren relatief rustig in Duiven. De sfeer verslechtert vooral in de loop van 1944. Eerst verliest de burgemeester (Sloet) zijn functie, omdat hij een Duits bevel negeert. Zijn opvolger, M.A. Smit, arriveert in augustus en is waarschijnlijk NSB-lid. Een maand later gaan het stationsgebouw en een goederentrein met zeven benzinetanks in vlammen op. Het is Dolle Dinsdag, maar in Duiven duurt de euforie kort.

Op 6 september 1944 begint het graafwerk voor de Panther-Stellung. Terwijl de inwoners van Duiven schuilkelders bouwen voor eigen gebruik, worden bij Westervoort loopgraven en schuttersputten aangelegd voor de Wehrmacht. Een week later stopt er een trein nabij het station met honderden mannen uit Arnhem en omgeving. Zij moeten op Duivens grondgebied een anti-tankgracht graven tussen Groessen en Zevenaar in. Al gauw wordt hun werk ruw verstoord. Het oorlogsgeweld van de Slag om Arnhem barst vlakbij in alle hevigheid los.

Militair gewoel tijdens Slag om Arnhem en Betuwe-offensief

Tijdens de Slag en het daarop volgende Betuwe-offensief trekken er regelmatig gevechtstroepen en eenheden van de SS-Pantserdivisies Hohenstaufen en Frundsberg langs Duiven. Ze worden onder meer per trein aangevoerd vanuit Bielefeld en Bocholt. Op 18 september parkeren SS’ers circa 16 zware tanks op de Eng, vanuit de lucht goed door bomen gecamoufleerd. Daar is eveneens een verzorgingseenheid van de Panzer-Ersatz-und-Ausbildungs-Abteilung 11 gestationeerd. Die 16 tanks verschijnen even later op de Arnhemse brug, waar ze een dramatisch effect sorteren in de strijd tegen de geallieerden.

Tijdelijk komt er een Duitse militaire commandopost in Duiven en Groessen, compleet met telefooncentrale, medische post en onderhoudsplaats voor wapens en voertuigen. Zo dient een bedrijfspand aan de Rijksweg als werkplaats voor beschadigde tanks.

Bij alle tumult worden bovendien overal Duitse militairen ingekwartierd, zowel van de Wehrmacht als van de SS. Ze slapen onder meer op boerderijen en parkeren hun voertuigen in naastgelegen boomgaarden. De bewoners hebben de komst van hun ongewenste gasten maar te slikken. Hoewel sommige militairen zich redelijk gedragen, roept hun ongewenste aanwezigheid in huis de nodige spanningen op.

Zo overnachten SS’ers op 25 september in Duiven bij de Kleine Zusters van de Heilige Joseph in het klooster aan de Rijksweg. En in Groessen moet de jongensschool onderdak bieden aan militairen van de 9. SS Pantzerdivision Hohenstaufen. Op tal van locaties laten deze militairen bij hun vertrek een zwijnenstal met kapotgeslagen huisraad achter.

Overigens duurt het niet lang voordat er een Duitse noodbegraafplaats moet worden ingericht. Een purper-zwarte mouwband met ‘Hohenstaufen’ in zilveren letters biedt weinig bescherming tegen dodelijke kogels en rondvliegende granaatscherven.

Te midden van het krijgsgewoel gaat het graafwerk van de Nederlandse dwangarbeiders aan de verdedigingslinies gewoon door. De burgemeester van Doetinchem stuurt op 18 september tientallen inwoners naar Duiven en Groessen toe.

Wanneer het Betuwe-offensief (van 1 – 7 oktober 1944) op niets uitloopt, trekken de Duitse troepen zich via Duivens gemeentegebied weer terug. De 9. SS Pantserdivisie groepeert op 8 oktober rondom Huissen en stelt zich na de Rijnoversteek op rond Loo en Groessen. Medio oktober vertrekt deze divisie richting Xanten in Duitsland.

Evacuatie bevolking en komst gravers

Vanaf eind september 1944 worden Duiven, Groessen en Loo, evenals Westervoort op last van de Wehrmacht stapsgewijs ontruimd. Deze plaatsen liggen in het nieuw ontstane frontgebied. Bewoners vlak bij de rivieren en in de uiterwaarden moeten als eersten vertrekken. Sommigen blijven medio oktober binnen de gemeentegrenzen: zij verhuizen met vee en al naar de Eng in Duiven. Daar zijn ze echter nauwelijks veiliger. Medio november volgt gedwongen een nieuwe evacuatiegolf. In het artikel Evacuatie spergebied 1944: de Liemers leest u hoe de ontruimingen verlopen.

Een evacuatie met achterlating van huis en haard is voor de bewoners behoorlijk ingrijpend. Extra wrang is dat de Duitsers tegelijkertijd groepen dwangarbeiders juist naar het spergebied toebrengen. Zij worden in Duiven zelf gehuisvest. Daarom zien we de heer Hartogsveld uit Zeist op 30 oktober hier arriveren.

Lager V Duiven en Lager Polman

Meerdere gebouwen binnen de gemeentegrenzen doen dienst als verblijfskamp voor dwangarbeiders van buiten de regio. Duiven en Groessen vallen administratief gezien onder de taakgroep Einsatzstab Arnheim van het Arbeitsbereich der NSDAP in den Niederlanden. (De huisvesting en werkzaamheden van arbeiders in Groessen komen aan bod in een afzonderlijk artikel op Graven in de vuurlinie.)

In Duiven worden twee gebouwen als verblijfskampen ingericht. De NSDAP-administratie bevat documenten van een ‘Lager V Duiven’, ofwel kamp nummer 5 in Duiven. Dit zal de school zijn waarin Hartogsveld op een dun laagje stro moet slapen. Mogelijk behoort hij tot de eerste lichting arbeiders die daar verblijven. Om welk schoolgebouw dit gaat, is nog onbekend, maar dit zou Instituut Geubbels aan de Rijksweg kunnen zijn. Een tweede verblijfskamp in Duiven staat bekend onder de naam ‘Lager Polman’. Naar alle waarschijnlijkheid betreft dit café Polman in de Dorpsstraat.

Links café Polman in de Dorpsstraat, Duiven.

Kennelijk raken beide gebouwen beschadigd tijdens beschietingen. Of anders gaat het er rond de jaarwisseling wild aan toe. In elk geval sneuvelen de ruiten. Een handgeschreven nota van een schildersbedrijf uit Duiven bevat hiertoe aanwijzingen. Op deze factuur, voldaan op 3 januari 1945 te Arnhem, staan drie posten: ‘Ruiten gezet in Lager Polman ƒ 15. Ruit gezet bij villa naast lager V ƒ 1,50. Ruitje gezet in keuken ƒ 0,75. Totaal ƒ 17,25.’ Met de keuken wordt vermoedelijk een centrale keuken voor arbeiders en/of Duitsers bedoeld.

Voedselzoekers van ver en nabij

Na de evacuatie in november 1944 ligt Duiven er tamelijk verlaten bij. Mevrouw Veldman op de Eng is één van de achterblijvers. Zij vertelt het volgende: ‘Er waren nog weinig bewoners en een aantal OT-mensen, mannen die waren opgepakt in de omgeving van Zeist en hier gedwongen tankvallen moesten graven. Deze mensen […] drongen ook de verlaten huizen binnen. Dan hadden ze een beter onderdak en konden ze wat droogs aan het lichaam hebben.’

Het is onduidelijk of er dwangarbeiders in de onbewoonde huizen overnachten. Wel komen er mannen bij mevrouw Veldman thuis op bezoek. Zij mogen zich daar met warm water wassen en hun kleding te drogen leggen. Hun kleren stinken nogal, maar zelf frissen ze dan toch een beetje op.

Verder komen geëvacueerde bewoners regelmatig vanuit hun opvanglocatie in Varsseveld naar Duiven terug om spullen en levensmiddelen op te halen. Op het land staan nog wat gewassen. Eten is schaars, dus iedereen doet zich hieraan tegoed: dwangarbeiders, evacués, achterblijvers en ‘hongertrekkers’ uit het westen. Bovendien hebben de bewoners een wintervoorraad aardappelen, appels en wortelen in de grond gestopt.

Ook de aanwezige Duitsers willen van eten worden voorzien. Steevast moet de paard-en-wagen colonne van de evacués de helft van het opgehaalde voedsel ‘voor de centrale keuken’ afgeven. Dit gaat zo een paar maanden door, totdat de Duitsers zelfs de paarden en voertuigen claimen. De achterblijvende bewoners op de Eng en in Loo mogen uitsluitend blijven mits zij diensten aan de bezetter verlenen. Bijvoorbeeld eten leveren voor gravers en militairen; en goederentransporten verzorgen met boerenwagens.

De kampadministratie

De administratie van de Einsatzstab Arnheim van het Arbeitsbereich der NSDAP in den Niederlanden bevat onder meer loonlijsten met namen van dwangarbeiders in de verblijfskampen. Hieruit blijkt dat een flinke groep mannen minimaal van begin november 1944 tot eind december 1944 in Duiven verblijft. Uiteindelijk worden de mannen begin januari 1945 naar een ander kamp in Veenendaal gebracht. Meer over ‘personeelszaken’ en het management van arbeiders in verblijfskampen kunt u lezen in het volgende artikel op Graven in de vuurlinie.

De regelingen en formulieren, loonlijsten met aangehechte telstroken, verlofbriefjes en facturen met bijbehorende kwitanties laten zien dat de kampadministratie aardig overeenkomt met een reguliere bedrijfsboekhouding. Overigens worden medicijnen uit de Rode Kruis Apotheek en een tandartsrekening uit Zevenaar keurig voldaan.

Gravers gaan vanuit Duiven werken in Loo

Terug naar de belevenissen van de heer Hartogsveld. Op 31 oktober 1944 moet hij voor het eerst bij de Panther-Stellung aan de slag. In colonne vertrekt hij met andere Zeistenaren vanuit de school in Duiven naar Loo. Eerder werden hier al mannelijke inwoners van Duiven naartoe gebracht met militaire voertuigen om prikkeldraadversperringen te maken. Nu wacht de dwangarbeiders in Loo een zwaardere opgave. Elke man moet per dag zeven meter loopgraaf aanleggen; een meter diep en tachtig centimeter breed.

Die dag komen de gravers rond elf uur ’s morgens aan bij de Rijn. Rond vier uur ’s middags mogen ze eindelijk weer terug naar de school. Na zo’n dag graven zal iedereen wel uitgehongerd zijn. Op het menu staan een bord soep, een hele kuch (hard brood) plus boter en een stuk worst. Het zit Hartogsveld niet mee. ‘Mijn bordje was echter veel te klein zodat ik niet veel meer dan alleen het dun bekwam.’ Gelukkig nodigen inwoners van Duiven hem samen met negen anderen uit op een boerderij, waar ze worden getrakteerd op warme pap, dikke sneden roggebrood met boter en spek én koffie toe. ‘Een weldaad na zoveel ontbering.’, verzucht hij vergenoegd.

Soldatenliedje uit de tijd van de mobilisatie: Rats, Kuch en Bonen

De volgende dag vertrekken de mannen ’s ochtends al om zeven uur. Een uur later zijn ze in Loo. Maar wanneer vlakbij een Duits kanon op de Engelse artillerie aan de overzijde van de rivier begint te schieten, vliegen de kogels en granaatscherven hen om de oren. Hartogsveld weet per fiets te ontsnappen. De andere dwangarbeiders hebben pech. Zij moeten verder graven zodra het weer wat rustiger wordt.

Tot begin januari 1945 ploeteren de dwangarbeiders en medewerkers van de OT in Duiven voort. Langs de rivieren valt nauwelijks te werken vanwege hoogwater, de vrieskou en de zeer onveilige situatie. Om het verblijf van arbeiders en achtergebleven bewoners enigszins te verzachten, verzorgt een pater uit Babberich op zondagen de mis in de Duivense kerk.

Begin januari krijgt een aantal boeren op de Eng bevel van de Duitsers om de arbeiders vanuit Duiven met paarden en wagens naar Veenendaal te brengen. Mevrouw Veldman ziet hoe de karren worden volgeladen. Menigeen die in oktober na de razzia vanuit Zeist zonder bagage aankwam, heeft intussen kleding en huisraad verzameld:

‘De OT-mensen met eigen gemaakte karren, fietsen zonder banden, potten en pannen er aan vastgeknoopt, stukken matras bij zich en de gekste lompen aan hun lichaam. Velen lang niet geschoren. Een had een bolhoed op, anderen liepen met dameshoeden, allemaal kapotte broeken en sokken eroverheen, gestopt met alle kleuren van de regenboog. Op de wagens werd voedsel en koren geladen, allemaal uit de omgeving gestolen.’

Inderdaad gaat het veelal om gestolen goederen. Maar wie dagelijks (te) weinig eten krijgt en slechts een dun laagje stro heeft om op te slapen, gaan bijna vanzelf de hoogstnodige spullen ‘organiseren’.

De voermannen en gravers wacht een hachelijke tocht door unheimisch en ontvolkt gebied. Bovendien rijden ze vlak langs de Rijn, waar geallieerden de karavaan vanuit de Betuwe onder vuur nemen. In Veenendaal overnachten de dwangarbeiders in een schuur, terwijl Duitse militairen de wacht houden.

Zelf denken de Duivenaren met hun paarden en wagens gewoon terug te kunnen keren. Maar een aantal dwangarbeiders ontsnapt ’s nachts en dat maakt de Duitsers razend. Mevrouw Veldman vertelt hoe zij reageren: ‘Het bevel kwam: wie vlucht wordt neergeschoten. Ook de Duivenaren, aan wie beloofd was dat ze terug mochten, kregen hetzelfde te horen. Er moesten stellingen worden gegraven en daarbij moesten zij met de paarden helpen.’

Gelukkig kan een veekoopman hen een route door de bossen aanwijzen. Zo weten zij de volgende dag te ontkomen. Diezelfde avond houden Duitse militairen huiszoeking in Duiven. Niemand wordt gevonden; er is een goede schuilplaats. En de paarden en wagens? Die zijn zolang veilig bij een steenoven in Velp achtergelaten.

Duiven als bouwlocatie van de verdedigingslinie

Detail uit militaire plattegrond ‘Zevenaar’, situatie 19 maart 1945

Binnen de gezamenlijke gemeentegrenzen van Duiven, Groessen en Loo zijn de meeste stellingen aangelegd bij Loo. (Een beschrijving van het werk en de gebeurtenissen bij Groessen en Loo volgt in afzonderlijke artikelen.) In en vlak buiten de dorpskernen van Duiven en Groessen zien we op militaire stafkaarten nauwelijks grote verdedigingswerken. De kilometerslange loopgraven en anti-tankgrachten liggen vooral ten oosten van de Helhoek, dus buiten het grondgebied van de gemeente.

Afgezien van de stellingen bij Loo, zijn er op Duivens grondgebied ook loopgraven langs rivierdijken gegraven. Zoals bij de Jezuïetenwaai (Rijn) en bij de IJssel. Verder zien we in de buitengebieden her en der geschutsopstellingen, korte verbindingsloopgraven, schuttersputten, kleine schuilplaatsen en dergelijke. Het verraderlijkst zijn de minder goed zichtbare boobytraps en mijnenvelden die de Duitsers kort voor hun vertrek achterlaten.

Duiven en Groessen hebben voornamelijk gediend als verblijfplaats voor OT-medewerkers en hun arbeiders. Dat is logisch, want Loo ligt het dichtst bij de Rijn, in de voorste frontlinie. Qua verwoesting door oorlogsgeweld en beschietingen vanuit de Betuwe krijgt dit dorpje het meeste te verduren. In februari 1945 is het vrijwel geheel verlaten.

(Literatuur. Bron situatie mobilisatie, verslag Hartogsveld, verslag Veldman en prikkeldraad bij Loo: Ik herinner me. Bron troepenbewegingen en 18 tanks: boek Duiven, Groessen, Loo. Bron inkwartiering militairen en commandopost: boek De Liemers, Land van grenzen tussen Rijn en Oude IJssel. Bron arbeidsinzet Doetinchem: Er op of er onder. Bron NSDAP-administratie Duiven: NIOD, Archief 088 Arbeitsbereich der NSDAP in den Niederlanden, inv nr 323. Zie bronnen voor geraadpleegde documenten en literatuur.)

(Afbeeldingen. Bron kaart: Kadaster via Topotijdreis, uitsnede kaart Duiven, Groessen en Loo bij de Nederrijn, circa 1944. Bron foto dorpsgezicht Duiven met café Polman: Historische Kring Duiven Groessen Loo, fotograaf Frijhoff, nummer 09-14. Bron uitsnede militaire kaart Duiven, 19 maart 1945: Map: 4002 Zevenaar, Eastern Holland: defence overprint, 1945. © Government of Canada. Reproduced with the permission of Library and Archives Canada (2022). Source: Library and Archives Canada/Department of National Defence fonds/e999909844-u.)

© 2022 Copyright Graven in de vuurlinie.