Bouwlocatie Loo 1944: van het Looveer tot Huis Loowaard

‘Het duurde niet lang of we werden met granaten beschoten. […] We hebben toen een poos tegen de dijk gelegen met de schop op ons hoofd ter bescherming. Toen het weer stil werd, moesten we de dijk over en vlak bij de veerpont kregen we ieder zeven meter afgemeten om loopgraven te maken.’

Theo Caerteling vertelt over de werkomstandigheden bij het Looveer tijdens de Slag om Arnhem, circa 19 september 1944. De aanleg van de Panther-Stellung verdedigingslinie is kort daarvoor bij het naburige Westervoort begonnen. Nu zijn de arbeiders ook aan het werk bij Loo.

Gebeurtenissen rond Loo ’44/’45, in het kort

Na de bevrijding in april 1945 blijkt hoe zwaar Loo en directe omgeving worden getroffen door strijd, inundatie en de daarbij onvermijdelijke verwoestingen. Anti-tank barrières, geschutsopstellingen, mijnenvelden, loopgraven en beschadigde dijken laten circa 100 hectare land in onbruikbare staat achter. De veerpont tussen Loo en Huissen trekt namelijk veel militaire aandacht naar het plaatsje, dat voor troepenbewegingen over de Rijn een belangrijk bruggenhoofd vormt.

De bevolking van het doorgaans zo rustige dorp wordt compleet overrompeld wanneer in september 1944 de strijd losbarst om het nabijgelegen Arnhem. Overal worden Duitse militairen ingekwartierd en weldra vliegen de granaten in het rond. Geen mens, dier of huis is nog veilig. Tussen alle schermutselingen door melden 3.000 Westwallarbeiter hun komst voor het graafwerk aan de Duitse verdedigingslinie. (Lees meer hierover in De nasleep van de mislukte slag.)

Eind september 1944 komt het gevreesde bevel van de Ortskommandant in Zevenaar om het nieuwe frontgebied in de Liemers te evacueren. De bewoners van Westervoort, Loo en Pannerden moeten als eersten vertrekken. (Lees desgewenst over de ontruimingen in Evacuatie spergebied 1944: de Liemers.) Boeren blijven met hun vee in de buitengebieden achter.

Begin oktober 1944 volgt het Betuwe-offensief. Weer krijgt Loo te maken met Duitse troepenbewegingen. Nadat dit offensief mislukt, trekt de complete 9. Panzer-Division zich op 8 oktober terug. Artillerie wordt rondom Loo en Groessen opgesteld. Het krioelt er van de militairen, totdat de divisie in de nacht van 13 op 14 oktober naar Duitsland vertrekt.

Detail Kadaster Topotijdreiskaart Loo bij de Nederrijn, circa 1944.
(Zie voor een vergroting: Topotijdreiskaart.)

Het vrijwel verlaten dorp Loo blijft gehavend achter. Op de dijk en in de uiterwaard ploeteren grote groepen Nederlandse dwangarbeiders, terwijl ze regelmatig onder geallieerd vuur liggen. De natte herfst brengt hoogwater mee, wat leidt tot overstroming van de polders. Daarop volgt een ijskoude winter. Voor de dwangarbeiders valt er weinig meer te doen. De meesten worden medio december 1944 richting Arnhem afgevoerd.

Gebeurtenissen door de ogen van een bewoner

Tijdens de Slag (17-26 september) en het daaropvolgende Betuwe-offensief (1-7 oktober) schrijft bewoner Henk Goris in zijn dagboek wat hij rondom de boerderij aan de Loodijk meemaakt en ziet. Een selectie van fragmenten daaruit geeft een goede impressie van wat er bij Loo in die periode gebeurt.

  • ‘Vrijdag 22 Sept. ’44. Om 2 uur ’s middags kwamen zes Duitse soldaten bij ons, die in Bemmel gevochten hadden. Ze bakten zelf aardappelen op de fornuispot. Tegen 4 uur kregen we inkwartiering. Daarvoor werd een voorkamer afgestaan.
  • Zaterdag 23 Sept. ’44. ’s Morgens nat weer. De Duitse soldaten gaan direct al stellingen maken aan de dijk o.a. ’n mitrailleurpost voor ons huis. De heele voormiddag in de verte ’n zwak artillerievuur. Tegen 12 uur komen weer nieuwe troepen aan. In onze bongerd kort bij de waterput worden twee stellingen gemaakt voor granaatwerpers.
  • Maandag 25 Sept. ’44. ’s Nachts tot 2 uur activiteit der artillerie. Daarna blijft het rustig. In ’t Loo komt ook nog Waffen S.S. Aan den dijk worden nog steeds stellingen gemaakt.
  • Dinsdag 26 Sept. ’44. De nacht is tamelijk rustig verloopen. De morgen dito. Om 10 uur actie in de lucht, soldaten van de weermacht en van de Waffen S.S. graven en versterken almaar door aan de dijk. Ook op de uiterwaarden beginnen ze loopgraven enz. te maken. ’s Middags om 4 uur zijn de soldaten die bij ons ingekwartierd waren, vertrokken naar ’t front bij Elst (voor een flankaanval).
  • Donderdag 28-9- ’44. Tegen 8 uur actie in de lucht. Voormiddags slaan de eerste Engelse granaten in ’t Loo neer. Er kwamen eenige S.S.-mannen kijken of er mensen woonden. Daarna krijgen we weer inkwartiering van 15 jongens (R.A.-dienst) + Oberhauptmeister, die ’n kamer nodig had.
  • Donderdag 5-10- ’44 Om 3 uur komen ± 3.000 burgers (onder leiding der OT) langs de dijk op trekken om op de uiterwaarden stellingen te maken, ’t meest loopgraven. Dit was uiterst gevaarlijk werk onder ’t vuur der Engelse artillerie.
  • Vrijdag 6-10- ’44. Om 2 uur namiddags bezoek van arts van Meeuwen uit Zevenaar, vanwege de eerste hulp aan burgers, werkzaam voor de weermacht. De huiskamer wordt als Rode Kruispost ingericht. De vlag hangt voor de deur.
    [Dit betreft de Nederlandse dwangarbeiders die de Duitse verdedigingslinie moeten aanleggen. Lees meer over medische noodhulp in het artikel Gezondheidszorg en ziekengeld voor de arbeiders.]
  • Maandag 9-10-’44. ’t Roode kruis (E.H.B.O.) wordt van ons overgeplaatst naar Westervoort. Voormiddags bezoek van een dokter uit Didam, voormiddags nog Engelse granaten. De weermacht soldaten bij buurman Van Loon gaan vertrekken.
  • Donderdag 12-10- ’44. ’s Avonds tegen schemering kregen we weer inkwartiering van 15 weermacht soldaten. Ze brachten ’n pot vlees mee van Emmerich, die bij ons in de keuken opgemaakt werd. Ook werden bij Van Loon en op de Middelwaard nieuwe soldaten ingekwartierd. Verder de heele avond activiteit aan ’t front in de Betuwe.’

Intussen graven de dwangarbeiders onder leiding van Organisation Todt verder aan de Panther-Stellung. Samen met een handjevol achtergebleven bewoners maken ze de aanhoudende beschietingen mee bij Loo.

Werkomstandigheden, door de ogen van arbeiders

Eind september 1944 werken enkele duizenden mannen bij de Loodijk langs de Rijn. Ze komen uit plaatsen in de regio, zoals Duiven, Zevenaar, Terborg en Tolkamer. Per groep krijgen de arbeiders een sector toebedeeld waarin ze loopgraven moeten aanleggen. Een medewerker van de OT is Führer over de groep en daarboven staat weer de leider over een honderdtal. Die noemt de Nederlandse arbeiders ‘kameraden’ en beschouwt hen als ‘Germanen’.

Zelf denken de arbeiders hier anders over. Volgens Henri de Grood uit Silvolde staan de mannen en jongens er ‘met schoppen aan een fraaie helling te werken, of te doen alsof. Je kunt zien of de toeziende moffen naderbij komen: daar maken de werkers (schijn)bewegingen, zodat een soort golfbeweging nadert.’

Vanaf oktober voeren de Duitsers, naast mannen uit de regio, ook arbeiders uit verder afgelegen plaatsen naar het frontgebied bij Loo. Zij komen onder meer uit Gendringen, ‘s-Heerenberg, Winterswijk, Utrecht, Zeist en Apeldoorn. Wie van ver komt, verblijft in Duiven, Groessen of Zevenaar in een dwangarbeiderskamp, of logeert bij bewoners thuis.

Op de bouwlocatie krijgen de arbeiders regelmatig te maken met gevaarlijke omstandigheden. Op 5 oktober, tijdens het Betuwe-offensief, gooien ‘de Engelsen van achter de Rijn met granaten naar de werkers’. Haastig laten zij zich plat op de grond vallen in de hoop dat ze niet worden geraakt. Een Duitser verliest bij deze aanval het leven; een NSB’er en twee andere mannen raken gewond.

Direct daarna moet iedereen weer aan de slag. Elke man moet per dag zeven meter loopgraaf aanleggen; een meter diep en tachtig centimeter breed. De arbeiders werken langs de dijk en in de uiterwaard totdat het donker wordt. Die 5de oktober krijgen ze de hele dag geen eten.

De Loowaard ter hoogte van voormalige steenfabriek met zicht op de Rijn en Betuwe, 2021.

Voortgang, door de ogen van de bezetter

Voor de Duitse legerleiding is het van groot belang om de driehoek Nijmegen – Arnhem – Millingen onder controle te krijgen. Dit gebied is ‘den Schlüssel zum Reich’. De geallieerden zouden via dit zwakke punt in de verdediging een gemotoriseerde opmars naar het cruciale Ruhrgebied kunnen maken. Maar het Duitse offensief in de Betuwe om hen terug te dringen, mislukt. Daarna boeken de strijdende partijen weinig vooruitgang meer en verstart het front.

Wel bouwen de Duitsers langs de Rijn in Arnhem, de Liemers en langs de zuidelijke Veluwezoom verder aan hun verdedigingslinie. De geallieerden, ondertussen, nestelen zich stevig in de omgeving van Nijmegen. Beide partijen beheren delen van de Betuwe, waar een strook niemandsland met mijnenvelden en prikkeldraad het grotendeels ondergelopen rivierengebied doorsnijdt. Met de winter in aantocht, wachten de militaire strategen op betere omstandigheden. Kleine aanvallen en beschietingen over en weer gaan onophoudelijk door. Daarom blijft het werkterrein voor de dwangarbeiders zo gevaarlijk.

Propaganda in een dictatuur

In elke dictatuur is het riskant om te laten blijken dat er weinig vooruitgang is. Het uitgeputte Duitse thuisfront is al behoorlijk gedemoraliseerd en het gemoed van de Führer wordt er niet beter op door de opeenvolgende verliezen. Geen mens mag daarom weten hoe precair de militaire situatie op alle fronten is. Maar de geallieerde legermacht staat in oktober 1944 wel degelijk paraat aan de westelijke grens van het Reich.

Interessant is daarom het beeld dat de Duitse propagandamachine schetst van de recente gebeurtenissen rond Arnhem, in de Betuwe en in de Liemers. De Deutsche Zeitung van 20 oktober 1944 presenteert een geïdealiseerde versie in het artikel ‘Zwischen Waal und Niederrhein. Die “Frundsberger” zwingen dem Gegner verlustreichen Stellungskrieg auf.‘ De 10. SS Panzer Division Frundsberg was eerder verwikkeld in de Slag om Arnhem.

Zo schrijft de SS-oorlogscorrespondent geruststellend dat een ‘uitgebreid veldpositiesysteem’ bij het Pannerdens Kanaal is voltooid. Dat is tamelijk voorbarig, want de loopgraven en andere verdedigingswerken bij Loo behoren tot dit stelsel van linies. Daar en elders in de Liemers gaan de werkzaamheden nog maandenlang door.

Mogelijk is deze voorstelling van zaken eveneens voor de vijand bedoeld. Misschien lezen de geallieerden mee en kan dit artikel hen misleiden. Zij schatten de verouderde Westwall toch al sterker in dan dit netwerk van verdedigingslinies feitelijk is.

Deel artikel Deutsche Zeitung, 20 oktober 1944, Zwischen Waal und Niederrhein.

Vertaling: De ‘Frundsbergers’ dwingen de vijand tot verliesgevende loopgravenoorlog

SS-PK. Direct achter de rijksgrens, tussen Millingen en Pannerden, splitst de Rijn zich. De belangrijkste rivier, die vanaf hier de Waal wordt genoemd, stroomt scherp naar het westen. Daaraan ligt Nijmegen. Het zogenaamde Pannerdens Kanaal maakt een bocht naar het noordwesten. Tussen Huissen en Westervoort, net voor Arnhem, scheidt de IJssel zich hiervan in noordoostelijke richting, terwijl de Rijn langs Arnhem westwaarts vervolgt.
Het strategische belang van deze rivieren is duidelijk. Ze vormen de laatste natuurlijke veiligheidslinie voor en op de Duitse grens. De wegen naar Westfalen en het Ruhrgebied zijn relatief open. Maar als een vijand in het noorden van Nederland geen voet aan de grond kan krijgen en – zoals nu het geval is – aanvallen vanuit het zuidwesten, dan verliest de IJssel in eerste instantie aan belang en is alle interesse gericht op de smalle strook land tussen Waal en Nederrijn. Op zijn breedst is de strook tussen Arnhem en Nijmegen nog geen 20 kilometer. Vlak voor onze grens vormt de driehoek Nijmegen – Arnhem – Millingen een van de sleutels tot de inval in het Reich. Vanaf hier is het hoogstwaarschijnlijk mogelijk om het obstakel van de Rijn te omzeilen, wat tegenwoordig nog steeds moeilijk is voor elk leger, en om het noorden van het eigenlijke Rijnland heen naar het hart van Duitsland door te stoten.

Nat, koud, wind en vlak
Het terrein tussen de Waal en de Nederrijn is evenmin geschikt voor loopgravenoorlog en tankoperaties. Het drassige gebied, doorkruist door vele kleine waterpartijen, biedt een weids uitzicht en weinig beschuttingsmogelijkheden. Als het opbouwen van een stelling extreem moeilijk is, is de enige optie voor een aanvaller om over de gladde, beschutte vlakte te stormen.
Tanks zijn aan de weg of aan de directe omgeving van de weg gebonden, aangezien ze in het moeras snel onbeweeglijk worden en vast komen te zitten.
Aan de grenadier stelt dit landschap de hoogste eisen, zeker nu in de regenachtige herfst. In de confrontatie met de vijand en zijn wapens doen zich elk uur moeilijkheden voor, de nattigheid, de toenemende kou, de scherpe wind, de meedogenloos vlakke grond.

Het plan van de tegenstander [Operatie Market Garden]
Het was duidelijk dat de Engelsen deze sleutelpositie op het juiste moment in handen wilden krijgen. Dat was het speciale doel van zijn grote onderneming, die hij begin tweede helft van september begon. De belangrijke luchtlandingsoperatie was bedoeld om de bruggen bij Arnhem veilig te stellen en aanvankelijk de krachten aan zichzelf te binden, maar ook om af te leiden van de hoofdmacht, die met een buitengewoon overschot aan mensen en materieel en aanzienlijke reserves in een Blitz-mars naar Arnhem zou moeten voeren. Tegelijkertijd hadden snel ontwikkelende troepenmachten zich in een radiaal patroon naar het oosten verspreid en door de gebieden tot aan het Pannerdens Kanaal in bezit te nemen, openden ze ook de weg via deze verdere poorten naar het Reich.
De soldaten, vooral de mannen van de SS-Panzer Division ‘Frundsberg’, die op dat moment de vijandelijke wig in een bijna uitzichtloze positie vertraagden en tegenhielden, creëerden ten eerste de mogelijkheid om de 1st British Airborne Division Arnhem in te sluiten en te vernietigen, maar ten tweede hebben ze het terrein ten oosten van de lijn Nijmegen – Arnhem veiliggesteld. Het was voor de vijand onmogelijk geworden om vlak voor het begin van de herfst de sleutelpositie tussen de Waal en de Nederrijn en de oversteekplaatsen hier voor de invasie van het Reich in bezit te nemen door middel van een dure, maar nog steeds mensen reddende actie.

[Toegepaste] Ervaringen van Caen
Daarna dwong de inzet van de SS-Panzer Division ‘Frundsberg’ ten noordoosten van Nijmegen, in de omgeving van Elst – Bemmel – Haalderen, de vijanden hier tot wat zij om begrijpelijke redenen in dit gebied wilden vermijden: de loopgravenoorlog. De mannen van de ‘Frundsberg’, die als soldaten van een tankdivisie zelf veel minder ‘geïnteresseerd’ zijn in loopgravenoorlogvoering, hebben nu in deze dagen en weken, in navolging van de ervaring van Caen, uitstekende daden verricht met hun strijdgroepen. Haar commandant, SS- Brigadeleider Harmel, controleerde zelf elke stelling op opportuniteit, de beste positie en het beste schootsveld, en hielp zijn grenadiers herhaaldelijk met de moeilijkheden van dit gevecht.
Terwijl de Engelsen zulke hoge verliezen leden door superieur leiderschap dat ze af en toe moesten afzien van offensieve acties in dit positionele oorlogsgebied [de Betuwe], hadden we de tijd gewonnen om een uitgebreid ontwikkeld veldpositiesysteem op te zetten achter onze linies [in de Liemers] op het Pannerdens Kanaal.
Mannen van de algemene SS, andere partijorganisaties, de OT en van de bevolking hebben beschermende posities opgebouwd die de verdedigers aanzienlijke voordelen opleveren, terwijl de aanvaller alleen het gladde, moerassige gebied overhouden waar hij al zoveel soldaten heeft verloren en die hem zoveel materiaal kostte.
Deze stellingposities zijn nu voltooid, dankzij de inspanningen van de ‘Frundsbergers’, die de Tommy bleven tegenhouden die, na het mislukken van de Blitz-doorbraak in Nijmegen, dankzij zijn numerieke superioriteit had gehoopt dat hij nog steeds in staat zou zijn om de nodige loopgravenoorlogsvoering te verkorten. Hij [de Tommy] heeft sinds half september elke week op dit gebied verloren zonder enige strategisch significante winst te behalen. Integendeel: hij wordt nu geconfronteerd met een nieuw, voorheen onbestaand verdedigingssysteem, dat zeker nog grotere offers zal vragen dan eerder als hij hier echt weer zou proberen door te breken.
Tussen de Waal en de Rijn hebben de mannen van de SS Panzer Division ‘Frundsberg’ de vijand een zware nederlaag ‘tegen de tijd’ toegebracht. Hier bleef de deur naar het Reich op slot, precies op het punt dat de Anglo-Amerikanen een snel einde aan deze oorlog leek te geven.
Dus de vraag van de toekomst rijst weer: nog een poging tot aanval, waarvan het succes nadat de verdedigingswerken zijn gebouwd nog twijfelachtiger lijkt dan de eerste mislukte aanval? Of de overgang naar de kostbare positionele [stellingen] oorlogsvoering in dit gebied met het tijdelijk opgeven van de doorbraak, waardoor een verschuiving van de aanvallende krachten naar een andere, nieuw te vormen ‘Schwerpunkt’ noodzakelijk wordt?
SS-oorlogsverslaggever Kurt Fervers.

Nu mag de heer Fervers op 20 oktober met nauwelijks verholen ironie deze vragen poneren; in werkelijkheid loopt het toch allemaal anders. Dus tot zover de oorlogspropaganda.

Koffie en fornuispotten voor de arbeiders

Terwijl de Duitsers met dit krantenbericht nagenieten van hun ‘overwinning’ in de Betuwe (feitelijk een mislukt offensief) en de ‘gereedgekomen’ linie bij het Pannerdens Kanaal (waaraan nog hard moet worden gewerkt), schakelen we terug naar de activiteiten op en rond de bouwlocatie in Loo.

Het is 31 oktober. Ten noorden van Loo worden tientallen dwangarbeiders uit Zeist ingekwartierd op een boerderij op de Duivense Eng. Andere opgepakte Zeistenaren verblijven in Duiven in een school. Die dinsdag worden ze in colonne zonder eten of drinken naar Loo gestuurd. Hun opdracht luidt: loopgraven aanleggen. De man zeven meter per dag.

Henk Goris beschrijft welke voorzieningen er voor verschillende groepen dwangarbeiders worden getroffen. Fragmenten uit zijn dagboek van november 1944 tonen dat bewoners aan de Loodijk op de bouwlocatie daar moeten zorgen voor koffie. Dat kunnen de arbeiders zeker waarderen. Ook moet Goris op 17 november in allerijl fornuispotten en ligstro naar verblijfskampen in Groessen brengen. Deze goederen zijn bestemd voor de huisvesting van honderden Rotterdammers die in aantocht zijn.

  • Donderdag 2-11-’44. Er werden door de O.T. kolen gebracht om koffie te zetten voor degenen, die hier ingekwartierd zijn. ’s Avonds komen eenige vrouwen uit Zeist hun man opzoeken. Op de achterkeuken ging ’t er gezellig naar toe (zang, muziek enz.)
  • Zaterdag 4-11- ’44. ’s Morgens om 6 uur al koffie zetten voor de 60 mensen uit Zeist. Oom B. en ik gaan ’s morgens met 2 karren bieten rijden. ’s Middags 4 uur kwam er bericht van inkwartiering, ’t heele huis ontruimen. Oom B. direct naar majoor Peltzer om vrijstelling hiervan. Dit werd voorlopig gegeven.
  • Vrijdag 17-11-’44. ’s Morgens naar de „Kuche” zonder paard. Daar aangespannen en naar ’t Loo gereden om fornuispotten te organiseren. Deze moeten naar Groessen worden gebracht want daar komen 400 opgepikte Rotterdammers. ’s Middags in ’t Broek gegeten, daarna terug om stroo in de kwartieren te brengen.

Door het maaiveld van de Engelse artillerie naar de loopgraven

Op 1 november 1944 zien we de heer Hartogsveld uit Zeist weer terug. Hij is ondergebracht in Duiven en moet om 07.00 uur naar het werk in Loo fietsen. ‘Dit betekende dwars door het maaiveld van de Engelse artillerie, waar vernielde huizen en dode koeien, honden en katten en kippen nog langs de weg lagen van vorige schietpartijen. Om acht uur begonnen met graven.’

Twee uur later breekt het volgende gevecht uit tussen de Engelsen en verschillende batterijen van de Duitse artillerie, die op slechts honderd meter afstand van de arbeiders staan opgesteld. De mannen kruipen daarom maar snel in de geulen die ze zojuist hebben gegraven. Wanneer het drie kwartier later eindelijk rustig wordt, ziet Hartogsveld dat meerdere boeren bezig zijn met verhuizen. Langs de weg liggen pas gedode koeien en een paard. Het maaiveld zit vol nieuwe kraters.

Ongeveer gelijktijdig werkt een ploeg uit Gendringen bij het Looveer. Een deel van de mannen verblijft zolang in de Zevenaarse Turmac-fabriek. Andere plaatsgenoten willen daar voor geen goud slapen en komen elke dag per fiets naar de bouwlocatie toe. ’s Morgens vroeg om 04.45 uur stappen ze op hun krakkemikkige rijwielen en pas om 19.30 uur komen ze weer thuis aan. Per dag leggen ze zo 80 kilometer af en dan moeten ze ook nog urenlang graven. Voor de ouderen is het gewoon niet vol te houden, vandaar dat er veel uitvallers zijn.

De heer J.W. Jansen vertelt dat op de ‘Baustelle’ bijna niets wordt uitgevoerd, omdat de meesten al moe zijn voordat ze daar aankomen. En: ‘Onzinnig werk moest er dikwijls worden verricht. Stellingen die reeds klaar waren, moesten worden afgebroken en enige meters verder werd weer net zo een ding opgebouwd.’ Mogelijk houdt dit verband met het onverantwoorde graafwerk in dijken en de verwachte komst van hoogwater in de late herfst.

Jansen verbaast zich verder over de enorme geldverspilling bij de aanleg van de Duitse verdedigingslinie. De mannen hebben weinig haast, zodat ‘een gat van een meter lang, 60 cm breed en 1,20 meter diep’ twee volle dagen arbeid vergt van vier man. De kosten bedragen per gat: 4 x 2 x ƒ 5 = ƒ 40 plus verpleging (brood enzovoort). Wat dat betreft zijn de OT-medewerkers zelf even laconiek.

De Duitsers vinden het best dat de mannen uit Gendringen hun tijd bij Loo veraangenamen. Tenminste, wanneer er geen beschietingen zijn. ‘De ‘bazen’, meest Rijksduitsers, waren hier nogal gemoedelijk en praatten graag. Menige onnozele vraag werd hun gesteld waarop zij soms urenlang gretig antwoorden en de Todt arbeiders quasi belangstellend luisterden. De schop rustte dan natuurlijk en de arbeiders ook. IJverig trachtten zij ons de zegeningen van het nationaalsocialisme en de verschrikkingen van het communisme aan het verstand te brengen. Wij Hollanders waren echter hardleers, zodat telkens nieuwe vragen volgden waarover we inwendig het grootste plezier hadden.’

Helaas krijgen de Gendringse gravers evengoed met frequent oorlogsgeweld te maken. Langs de Rijndijk tussen Westervoort en Loo staat Duits luchtafweergeschut en anti-tankgeschut opgesteld, wat geallieerd vuur aantrekt. ‘In Looveer, bijvoorbeeld,’ zo vertelt Jansen, ‘werd gegraven op een weiland dat ’s morgens groen was, maar ’s avonds bij het vertrek getekend was met menige zwarte plek van granaattrechters. Voordat we aankwamen, was er al een huis in de nabijheid beschoten en waren er al drie gewonden.’
De algehele onvrede groeit wanneer blijkt dat sommigen, volgens Jansen, ‘door omkoping met sigaren, tabak, spek, boter of gedistilleerd van ‘Jan van den Broek’vrijstelling weten te krijgen.

Bovendien verslechteren de weersomstandigheden aanzienlijk vanaf november. Een langdurige regenperiode, gevolgd door hoge sneeuwval en het voortdurende levensgevaar maakt menige dwangarbeider onrustig.

Hoe miserabel een man zich kan voelen, omschrijft de heer Boekensteijn uitvoerig op 2 december 1944. De Duitsers hebben dan ter afwisseling andere klusjes voor de arbeiders. Hij moet vanuit een werklocatie buiten Groessen, waar plaggen worden gestoken, naar een dijk, vermoedelijk in Loo. Boekensteijn vermeldt een dijkhuis, waarvan er twee in de buurt waren. Een dijkmagazijn staat even buiten het dorp Loo en een tweede richting het oosten bij de Jezuïtenwaai. Inmiddels stromen de uiterwaarden al vol rivierwater en ergens staat een weg half onder water.

‘We gingen door het dorp Het Loo (zwaar beschadigd, geen huis heel). Het was tot nu toe droog gebleven, doch nu begon het te regenen. Het waaide flink. We kwamen op de dijk, het stroomde compleet, de regen striemde in ons gezicht en we hadden moeite ons staande te houden op het glibberige wegdek. We liepen te rillen van de kou. Zo strompelden we de dijk over. Mochten eindelijk even schuilen in een dijkhuis. Toen weer verder, weer even geschuild in een boerderij onder aan de dijk. Doornat en koud. We moesten vier roeiboten uit het water halen. Twee paarden sleepten ze weg, de eerste twee roeiboten moesten we op wagens laden.’

De komst van het hoge water

In november begint het stijgende water in de Rijn het graafwerk in de uiterwaarden steeds meer te hinderen. Van sommige loopgraven zakken de wanden in, waarna de dwangarbeiders die weer moeten verstevigen. Op andere plekken moeten de schuttersputten en loopgraven maar weer worden gedicht.

Voor de achtergebleven boeren, heemraden en dijkgraven is het gespit vlakbij de dijklichamen een grote zorg. Zij gaan zo vaak als zij kunnen naar de dijk in Loo om de toestand te inspecteren.

De dijkgraaf ziet het graafwerk met lede ogen aan. Op dinsdag 12 december moet een groep dwangarbeiders in de stromende regen bij een dijk (in Loo of in Groessen) verzakte, dichtgemaakte loopgraven weer opvullen. Ook halen ze paaltjes op uit een dijkhuis en brengen die met kruiwagens naar een zwakke plek in de dijk. Onderweg sturen mensen van de dijkgraaf hen weer terug. ‘De Duitsers hebben er geen verstand van.’, zeggen de lokale inwoners.

Uiteindelijk moeten de Duitsers wel toegeven aan de druk van het stijgende water en wordt het werk voorlopig vrijwel stilgelegd.

De bouwwerkzaamheden op locatie

Details van een geallieerde militaire map met bouwlocatie Loo

Militaire map van bouwlocatie Loo. Ingetekend staan loopgraven (zigzaglijnen), geschutsopstellingen, uitgegraven schuilplaatsen en schuttersputten. (Uitsnede CNA Defence overprint 21 maart 45 RG24M.)

De loopgraven liggen hoofdzakelijk vlak langs de oever van de Rijn en aan de oostkant van de hoge Loodijk. Zie deze uitleg voor verklaring van de ingetekende symbolen.

In het gebied langs de Rijn van het Looveer tot havezate Loowaard leggen Duitse militairen tijdens de Slag om Arnhem zelf kleine stellingen aan. Vanaf 5 oktober 1944 hervatten grote groepen Nederlandse arbeiders het graafwerk waarmee men al voor de Slag in september was begonnen.

Zij creëren kilometerslange verbindingsloopgraven direct langs de rivieroever, die eind november onder water komen te staan. Ook langs de hele Loodijk graven zij dergelijke zigzaggende verbindingsloopgraven uit. Aan de oostkant van die dijk zijn Duitse militairen redelijk goed beschut tegen beschietingen vanuit de Betuwe. Ander spitwerk bestaat uit het uitgraven en met plaggen camoufleren van schuilplaatsen, schuttersputten en grondgebonden standplaatsen voor zwaar geschut. Tot besluit komen er versperringen van prikkeldraad.

De geallieerde militaire kaart van 21 maart 1945 laat zien dat er dan zwaar Duits geschut is opgesteld aan weerszijden van de Looveerweg, evenals tussen de vrijstaande huizen in Loo en in het open Looveld. Dit betreft opstellingen van luchtafweerkanonnen, mobiele anti-tankkanonnen, zware mortieren en machinegeweren.

Ruim drie weken later, in de avond van 10 april 1945 ziet de heer Van Sadelhoff vanuit zijn boerderij ‘De Loowaard’ de bevrijders met Buffalo amfibievoertuigen naderen. Ze komen vanuit het water door de uiterwaarden aanrijden. De sporen van hun rupsbanden blijven, net als die van het graafwerk, nog jaren na de oorlog zichtbaar.

(PS. Binnen de reeks artikelen van Graven in de vuurlinie over de gebeurtenissen in het spergebied langs de Rijn in 1944/1945, vormen de bouwlocaties van de Panther-Stellung een serie op zich. Lees desgewenst ook eerdere artikelen over Westervoort en Duiven.
Op militair kaartmateriaal en geallieerde luchtfoto’s uit die tijd is te zien waaruit de verdedigingswerken bestaan. Het artikel Bouwinstructies van de Wehrmacht bevat een omschrijving van de meest voorkomende onderdelen.)

(Literatuur. Bron vertelling Theo Caerteling: Oorlog over het Gelders Eiland. Bron schade 100 hectare land: boek De Liemers, Land van grenzen tussen Rijn en Oude IJssel. Bron 9. Panzer-Division: boek Duiven, Groessen, Loo hoofdstuk WO II. Bron werk bij Loo Mr. Henri A. de Grood, in Een Silvolds dagboek over het laatste oorlogsjaar, op Oldsillevold.nl. Bron aanval op 5 oktober: Zevenaar 50 jaar, dagboek Dinie Coenders. Bron herinneringen Henk Goris, Loodijk: dagboekverslag (privé-collectie). Bron vertelling Hartogsveld uit Zeist: Ik herinner me. Bron mannen uit Gendringen: J.W. Jansen in Er op of er onder. Bron verslag ervaringen Boekensteijn. Bron opgesteld afweergeschut langs dijk: Zevenaar 50 jaar deel 1. Bron komst Buffalo’s: boek Duiven, Groessen, Loo, hoofdstuk WO II. Zie Bronnen voor de geraadpleegde documenten en literatuur.)

(Afbeeldingen. Bron plattegrond: Kadaster via Topotijdreis, uitsnede kaart Loo bij de Nederrijn, circa 1944. Bron foto Loowaard en de Rijn, 2021, Karin van Veen. Bron Duitse krant: Gelders Archief 2898-110, Deutsche Zeitung, Die Seite des Tages, 20 okt 1944, artikel Zwischen Waal und Niederrhein. Die “Frundsberger” zwingen dem Gegner verlustreichen Stellungskrieg auf, foto Karin van Veen. Foto uitsnede militaire kaart bouwlocatie Loo: 6 N.W. Arnhem East, Holland: [overprint], 1945, © Government of Canada. Reproduced with the permission of Library and Archives Canada (2022). Library and Archives Canada/Department of National Defence fonds/e999909533-u.)

© 2022 Copyright Graven in de vuurlinie.