Burgemeesters in het nauw

Zevenaar, zaterdag 9 september 1944. De toestand wordt ondragelijk voor burgemeester Jhr. A.E.M. van Nispen tot Pannerden. Er staat een bullebak van een Gestapo-kerel bij de Van Nispens in huis. Het is Herr Inspektor Jahn, vergezeld door gewapende soldaten. ‘Een soort leeuwentemmer’, verduidelijkt de freule. Zij is getuige van de situatie.

De leeuwentemmer eist stante pede levering van beddengoed en bestek voor het Juvenaat. Na alle gedoe met de Gemeinde-einsatz, is de burgervader ten einde raad. Hoe moet hij híer nu weer mee omgaan? Dan pakt hij de telefoon en belt locoburgemeester Borst. Deze adviseert hem om flink van zich af te spreken. Om onverschrokken te zijn. Ja, zelfs bij het brutale af. Soms werkt dat bij die Duitsers.

Burgemeesters zijn niet te benijden in het laatste bezettingsjaar. Zij willen het landsbelang dienen en opkomen voor hun gemeenschap. De bezettingsmacht stelt echter eisen die daar lijnrecht tegenin gaan. Zoals de eis om mannelijke ingezetenen op te roepen voor de Gemeinde-einsatz. Burgemeesters moeten zelfs Nederlandse wetten overtreden om te voldoen aan deze eis.
Maar bij weigering volgen sancties, want ook Duitse machthebbers hebben plichten. Als iemand niet luistert, moeten zij een voorbeeld stellen. Vooral in de Liemers en in de Achterhoek laten zij zien hoe dat gaat.

Het SS-kommando in Zevenaar

Begin september 1944 krijgt burgemeester Jhr. A.E.M. van Nispen tot Pannerden in Zevenaar een opdracht van de Beauftragte. Hij moet 300 mannen oproepen voor graafwerk aan twee verdedigingslinies. Deze opdracht brengt hem ernstig in gewetensnood. Moet hij meewerken of niet? Zijn ambtenaren op het gemeentesecretarie duiken onder en verbergen de bevolkingsadministratie.

Al het getreuzel zat, gijzelt het SS-kommando in Zevenaar tien vooraanstaande burgers. Zij zullen worden gefusilleerd indien er te weinig gravers opdagen. En de stad kan een bombardement verwachten, als … De burgemeester moet nu wel ingrijpen. Op 8 september spreekt hij vol wroeging de verzamelde bevolking op het marktplein toe. Zijn gewetensnood is zo groot, dat hij zich enkele dagen later ziek meldt en aftreedt.

Dat zal de Duitsers een zorg zijn, want er melden zich voldoende mannen. Zij moeten aan de slag bij Pannerden. Ook graven ze tussen Zevenaar en Doornenburg eenmansgaten langs dijken en wegen, bij kruispunten en spoorlijnen. SA’ers uit Westfalen en oudere Rijnlanders houden toezicht, met een revolver op de heup.

Jonkheer Van Nispen tot Pannerden wordt opgevolgd door Cornelis J.M. Borst. Hij is geen NSB’er, maar wel een autoritaire en gewiekste onderhandelaar. Zo zijn er meer in die dagen: mannen die voor henzelf gunstige bestuurlijke posities weten te bemachtigen in vergelijkbare omstandigheden.

Overal past de bezetter dezelfde wervingstactieken toe. Steeds volgen razzia’s en/of gijzelingen van vooraanstaande burgers wanneer er te weinig mannen verschijnen. Dit gebeurt onder meer in Didam, Doetinchem, Bergh bij ’s Heerenbergh, Gendringen, Lichtenvoorde, Ruurlo, Winterswijk en Aalten. Doorgaans geeft het SS-kommando in Zevenaar de opdracht, ofwel het dreigement.

Gijzelaars uit de Liemers en de Achterhoek worden naar Zevenaar overgebracht. Daar worden ze opgesloten in het Juvenaat, in Hotel De Pauw en/of in Café Smit. Gijzelaars uit Zelhem belanden in Café Wielerlust, het plaatselijke hoofdkwartier van de SS in Zevenaar.

Eindeloze campagnes voor de Gemeinde-einsatz

In de Liemers en de Achterhoek is er bijna geen ontkomen aan. Hierna volgt een greep uit de Duitse acties om voldoende arbeidskrachten te werven. De meeste mannen worden aan het graven gezet voor de verdedigingslinies langs de Rijn en rond Zevenaar.

Op 15 en 28 september 1944 zijn er oproepen in Aalten voor graafwerk bij Zevenaar.

Op 16 september moet de burgemeester van Wisch (gemeente Oude IJsselstreek) 500 mannen aanwijzen voor Zevenaar. Hij wil daar niet aan meewerken en duikt met zijn gezin onder. Dezelfde dag gaat zijn woning in vlammen op. Dezelfde represaille wacht eenieder die wegblijft.

De Slag om Arnhem legt het schanswerk tijdelijk stil. Iedereen is in rep en roer. Op 17 september werken onder meer Arnhemmers in de Liemers. Zij maken zich grote zorgen over hun familie en proberen nog snel over de IJssel te komen.

Vanwege de beschietingen nemen ook andere spitters de benen. Maar beschietingen worden het nieuwe normaal en de oproepen voor de Gemeinde-einsatz gaan door.

Op 22 september 1944 oproep in Winterswijk voor werk bij Zevenaar. Er komen NSB-ambtenaren bij de gemeente en gijzeling van burgers volgt. Daarna melden zich voldoende mensen.
Eind september oproep in Ruurlo, gevolgd door gijzeling. Mannen van 15 – 60 jaar oud moeten voor graafwerk naar Zevenaar en Groessen toe, later ook naar andere plaatsen.

Zondag 1 oktober. De Gestapo doorzoekt Aalten huis voor huis. Deze razzia levert zes wagens vol mannen op. Ze vertrekken naar Zevenaar.
Op 12 oktober volgt weer een oproep in Aalten, deze keer ter aflossing van de mannen in Zevenaar. (Veel mannen zijn illegaal teruggekeerd.)

Op 14 oktober heerst er grote paniek in Herwen & Aerdt. In het naburige Lobith zijn mensen van straat geplukt en uit hun huizen gehaald. In totaal pakken Landwachters tien gijzelaars op. Na dreiging met executie melden zich 1.200 mannen tussen de 16 en 60 jaar op het gemeentehuis in Lobith. Hier zijn ook evacués bij uit andere gemeenten. De eerste groep van 400 man vertrekt naar Groessen en naar Pannerden voor het werk aan de Panther-Stellung. Een week later zal de gemeente 400 anderen sturen ter vervanging. Meerdere gemeenten passen dit wisselsysteem toe. Het functioneert zolang er genoeg plaatsvervangers zijn.

Op 16 oktober klinkt er wederom een proclamatie in Aalten. 600 mannen moeten opdraven, anders worden twaalf gijzelaars op de markt terechtgesteld. Op 17 oktober wordt als pressiemiddel een woning in brand gestoken. Daarop doen hervormde en katholieke geestelijken een dringend beroep op de bevolking. Zij zorgen ervoor dat er voldoende mannen verschijnen om de gegijzelden te ontzetten. Op 19 oktober vertrekken 550 spitters naar Zevenaar, terwijl anderen naar Bocholt gaan. In december volgen er alweer oproepen.

Op 21 oktober doet de burgemeester van Winterswijk een nieuwe oproep in opdracht van het SS Kommando in Zevenaar. Gijzeling van 22 mensen volgt onder dreiging dat zij worden gefusilleerd. Nadat predikanten op 28 oktober een markttoespraak houden, melden zich ruim 1.600 mannen. Zij werken voornamelijk in het Duitse grensgebied en mogen ’s avonds per fiets en vrachtwagen naar huis. Steeds blijft een wisselende ploeg achter als waarborg, zodat de rest de volgende dag weer op het werk verschijnt.

Op 27 oktober is Wisch wederom aan de beurt en worden er gijzelaars genomen. In deze plaats gaan de oproepen voor aanmelding van arbeidskrachten tot door medio februari 1945.

Ook Doetinchem moet eraan geloven. Omdat in die stad te weinig mannen opdagen, gijzelen de Duitsers ’s avonds laat op 30 oktober zestien inwoners. Zoals gebruikelijk, hebben de meesten gijzelaars een vooraanstaande positie. Onder hen bevinden zich een schooldirecteur, een onderwijzer, een raadslid, een medicus, een tandarts, de directeur van het postkantoor, een journalist, een bankdirecteur, een industrieel en een oud-burgemeester uit Nederlands-Indië.

Eind oktober 1944 wordt het bijna gezellig in het Zevenaarse Juvenaat. Daar verblijven namelijk meerdere gijzelaarsgroepen tegelijkertijd. Ook mannen uit Winterswijk, Aalten, Groenlo, Eibergen, Lichtenvoorde, Wisch en Zelhem zitten er op een zaal met stapelbedden, wasgelegenheid en goed eten.

Helaas verzieken de SS’ers de sfeer. Want de mensen uit Groenlo krijgen te horen dat zij de volgende ochtend zullen worden geëxecuteerd. Dat nieuws slaat in als een bom. Een slapeloze nacht volgt. Maar de redding is nabij. De volgende ochtend komt het geëiste aantal arbeiders uit Groenlo aan in Zevenaar. Op 12 november worden de Doetinchemse gijzelaars eveneens vrijgelaten en gaan ruim 1.200 stadsgenoten aan de slag.

Op 4 januari 1945 zijn in Zevenaar zelf twaalf vooraanstaande burgers de klos. Zij zitten vast als gijzelaars en worden met fusillade bedreigd. Onder hen bevinden zich de geneesheer-directeur van het sanatorium, twee stationschefs, een veilingdirecteur, een postdirecteur en een fabrikant. Op 5 januari kan de bevolking op aanplakbiljetten lezen dat de gijzelingsactie een strafmaatregel is vanwege een slechte opkomst. Hier zit het SS-kommando weer achter. Op 6 januari is de opkomst voor het graafwerk ruim voldoende.

Aalten moet het echt ontgelden. Op 6 februari verspreidt de burgemeester een circulaire voor arbeiders ten behoeve van spitwerk in Bocholt, Varsseveld en Zevenaar. Hij probeert een nieuwe razzia door de SS te voorkomen en de arbeidsinzet zelf te regelen. Kennelijk kan dat niet zonder dreigementen aan het adres van werkweigeraars. Zij moeten goed beseffen dat: a. de complete familie van de betrokkene uit de gemeente wordt gewezen, b. al het meubilair, inclusief al het vee, in beslag wordt genomen, c. betrokkene als terrorist wordt beschouwd met alle consequenties van dien.’

Overigens zijn maatregel a. en b. begin oktober daadwerkelijk uitgevoerd. Dit vond plaats in Lichtenvoorde nadat er te weinig mannen voor het werk rond Zevenaar waren verschenen.

En nog altijd blijft Zevenaar evenmin van de oproepen gevrijwaard. Op 8 maart hangen er weer dwangbevelen in de stad voor mannen van 16 tot 60 jaar. Hieruit blijkt wel dat de werving voor de Gemeinde-einsatz tot het bittere eind is doorgegaan.

Lees meer over het netwerk aan verdedigingslinies in de Liemers.

(Literatuur. Bron anekdote leeuwentemmer: vrij naar Ons laatste halfjaar. De overige informatie komt voornamelijk uit Er op of er onder. Lees meer over deze literatuur bij Bronnen.)

(Afbeelding. Bron foto: Hercules vliegtuig, Airborne herdenking 2018, Oosterbeek, Karin van Veen.)

© 2022 Copyright Graven in de vuurlinie.