Gemeinde-einsatz

Wegwijzers naar de Ortskommandantur en het Kriegslazarett voor de Walburgiskerk in Arnhem, 1945.

In de ogen van de Duitse bezetter vormt de Nederlandse bevolking een reservoir aan arbeidskrachten. Wanneer de Wehrmacht voor klussen mannen nodig heeft, moeten burgemeesters inwoners aanwijzen. Dit gebeurt in het kader van de Gemeinde-einsatz of ‘gemeenschapsinzet’. Meestal gaat het om zwaar en vuil werk, zoals graven en sjouwen voor Duitse versterkingen binnen de gemeente.

De bouw van verdedigingslinies in Gelderland, waaronder de Panther-Stellung, zijn omvangrijke projecten. Deze vergen meer mankracht dan lokaal beschikbaar is. Daarom worden in het najaar van 1944 ook bewoners gevorderd in andere plaatsen en regio’s.

Mannen én vrouwen

De Gemeinde-einsatz raakt mannen in de leeftijd van 18 tot 45 jaar. In juni 1944 wordt deze leeftijdscategorie verruimd tot 50 jaar; plaatselijk ook wel van 16 tot 60 jaar. Aanvankelijk duurt de tewerkstelling per oproep veertien dagen. Vanaf mei 1944 wordt dit vier weken. Is een klus na afloop van deze periode nog niet gereed, dan moeten gemeenten vervangers sturen. Als er geen vervangers verschijnen, moeten de aanwezige mannen langer blijven dan verwacht.

Het wisselsysteem lijkt redelijk, maar er is veel weerstand. Weinig mensen willen voor de vijand werken, tegen het eigen landsbelang in. En Duitse toezeggingen zullen onbetrouwbaar blijken.

Ook vrouwen en jongeren worden soms opgeroepen voor taken als schoonmaakwerk en voedselbereiding.

Opdracht van de Wehrmacht

De Duitse hiërarchie is strikt en formeel. Bij de Gemeinde-einsatz treedt een provinciale officier (Beauftragte) op als verbindingspersoon tussen de Wehrmacht en Nederlandse burgemeesters. In uitzonderlijke gevallen kunnen militaire eenheden en medewerkers van de Rijkscommissaris de Ortskommandantur benaderen. Dat is het plaatselijk hoofdkwartier van de Wehrmacht. De Ortskommandant is belast met civiele aangelegenheden van het leger, zoals vordering van gebouwen en woningen. Desnoods kan hij eveneens contact opnemen met de burgemeester voor het optrommelen van arbeiders.

Het is niet de bedoeling dat legeronderdelen zelf arbeidskrachten vorderen via de burgemeester. Soms proberen ze dat toch. Bovendien gelden er uitzonderingen op deze regel: bij acute nood en in gevechtsgebieden is eigenmachtig optreden geoorloofd. Dit scheelt de Duitse militairen veel tijd en bureaucratie.

Vooral het SS-kommando in Zevenaar laat zich graag gelden. Dat zet burgemeesters en gemeenten in de hele regio onder druk met terreur en gijzelingen van vooraanstaande burgers.

Werkdagen en benodigdheden

‘De werkuren zijn van 8 tot 17 uur met ½ uur schafttijd, in verband waarmede voeding behoort te worden medegebracht.’

‘Er moet worden medegebracht: warme kleeding, stevige schoenen, dekens, bescherming tegenregen, eetgerei, mes, vork, lepel, drinkbeker en boterhammen voor één dag. Medegebrachte fietsen blijven in het bezit van den eigenaar.’

U behoort een voor het verrichten van de werkzaamheden geschikte schop mede te brengen, voor het gebruik waarvan ƒ 0.10 per dag vergoed wordt.’

Dit zijn enkele voorbeelden van aanwijzingen uit oproepberichten voor de arbeidsinzet.

Loon en onkostenvergoedingen

Alle tewerkgestelden krijgen betaald als ongeschoolden, ongeacht hun opleiding of maatschappelijke positie. Het basisloon voor de Gemeinde-einsatz bedraagt 55 cent in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. In de rest van Nederland ontvangen arbeiders 52 cent per uur. Voor overuren krijgen ze 10% extra en voor werk op zon- en feestdagen 50%. Een normale werkweek van maandag tot en met zaterdag telt 48 uur.

Daarnaast ontvangen de arbeiders toelagen. Getrouwde mannen krijgen een huwelijkstoelage van ƒ 2,50 per week. Gehuwden en weduwnaars ontvangen verder een kindertoeslag van 5 cent per gewerkt uur per kind, voor elk kind jonger dan 16 jaar.

Reiskosten voor afstanden vanaf vijf kilometer worden eveneens vergoed. Wie een eigen rijwiel gebruikt, ontvangt ƒ 0,75 per week. Veel mannen zijn huiverig om op een fiets naar het werk te rijden. Een officieel Duits briefje met stempel dat de fiets niet mag worden gevorderd, biedt weinig garantie. Hetzelfde gaat op voor meegebracht gereedschap.

In praktijk verschillen de werkdagen en regelingen per klus en per gemeente.

Plichten voor de burgemeesters

De gemeente waar het werk wordt verricht, moet zorg dragen voor de loonbetaling. Bij de Gemeinde-einsatz worden arbeiders namelijk beschouwd als gemeentemedewerkers. Per twee weken kan de gemeente het uitbetaalde loon, inclusief 2,5% sociale lasten, declareren bij de Wehrmacht.

Verder zijn de ‘ontvangende’ gemeenten verplicht om slaapplaatsen te bieden aan arbeiders die ’s avonds niet naar huis kunnen. De arbeiders moeten doorgaans zelf voor hun eten zorgen. Alleen wanneer zij ter plaatse overnachten, krijgen zij zogeheten ‘bunkersoep’. (Een waterig goedje met verdwaalde aardappelen, groenteafval en kool.) Tot besluit moeten de burgemeesters van de ‘uitlenende’ gemeenten zorgen voor werkkleding en gereedschappen.

Burgemeesters in gewetensnood

Gewetensvolle burgemeesters vragen zich af of zij medewerking moeten verlenen aan de Gemeinde-einsatz. Artikel 52 van het Landoorlogreglement uit 1907 bepaalt namelijk dat van gemeenten en bewoners niet kan worden geëist dat zij deelnemen aan krijgsverrichtingen tegen het eigen land.

Wat volgt, is een klassieke discussie over de interpretatie van een wetsartikel. Enkele volkenrechtdeskundigen menen dat stellingbouw onder voorbereidende handelingen valt en niet onder krijgshandelingen. Toch is de bouw van een verdedigingslinie wel degelijk ongeoorloofd volgens artikel 17 van de ministeriële Aanwijzingen uit 1937 in geval van een vijandelijke inval. Via Radio Oranje wordt medewerking aan versterking van het Duitse oorlogspotentieel dan ook herhaaldelijk verboden.

NSB’ers

De discussie over wetsartikelen is een achterhoedegevecht. In september 1944 hebben NSB’ers al 30% van de Nederlandse burgemeestersposten in handen. Werken Oranjegezinde burgemeesters of gemeenteambtenaren onvoldoende vlot en soepel mee aan de Gemeinde-einsatz, dan volgt zware pressie.

Veel burgemeesters houden zo lang mogelijk stand, wetend dat zij bij vertrek worden vervangen door NSB’ers. Dat willen ze hun gemeente niet aandoen. Maar bij volhardende weigering, volgt oneervol ontslag. Naarmate de Duitse eisen toenemen, duiken meer burgemeesters en ambtenaren onder. En als het even kan, nemen zij daarbij gelijk de bevolkingsadministratie mee.

(Afbeelding. Bron foto: uitsnede van GA 1584-510, Duitse richtingaanwijzers Ortskommandantur en Kriegslazarett 1/686 voor de St. Walburgiskerk in Arnhem, 1945, foto Nico Kramer, CC-BY-4.0 licentie.)

© 2022 Copyright Graven in de vuurlinie.