Het leven in een kamp

‘We sliepen op het stro van ongedorste rogge. Omdat we erop liepen en sliepen, werd het vanzelf gedorst. Daarop stelde een oude kok van het Nederlandse leger, die daar ook was, voor om koffiemolens te ‘organiseren’, zodat we het graan konden malen.’ (De lokale bevolking is geëvacueerd. In de leegstaande huizen gaan de dwangarbeiders op zoek naar koffiemolens.) ‘We hadden op een moment acht van die koffiemolentjes. Die werden op je schoot gezet en dan moest je malen. Daar werd een koek van gemaakt, dat wil je niet weten, zo dik.

Maar we hadden geen vet. Hadden we een knaap, die werkte bij de PTT, zijn uniform had hij nog aan en zijn pet had hij ook nog op. Die komt op een gegeven moment thuis en zegt: ‘Jongens, ik heb vet. Ik heb olie gevonden.’ Dat bleek naaimachine-olie te zijn. Nou is dat vrij zuiver; bijna helder. Dus hebben we met die naaimachine-olie koeken gebakken. Ze waren bijna rauw, maar we hadden tenminste iets in onze maag zitten.’ (Rotterdammer Henk Bast over zijn verblijf in kamp Johannahoeve.)

Bij het woord ‘kamp’ denken we al gauw aan houten barakken, wanneer het over de Tweede Wereldoorlog gaat. De Nederlandse dwangarbeiders in Gelderland treffen het weinig beter. De meesten verblijven in leegstaande scholen, fabriekshallen, ziekenhuizen en feestzalen, veelal in ontruimd gebied. Maar met improvisatie (‘het leek op kamperen’) kunnen ze hun onderkomen wel een beetje huiselijker maken.

School III in Arnhem, doet in 1944 dienst als NSDAP-kamp voor dwangarbeiders

Over het leven in de kampen valt veel te vertellen. Op Graven in de vuurlinie verschijnt een serie artikelen met gedetailleerde informatie. Aan de orde komen tal van zaken en vragen. Zoals:

  • Huisvesting. Hoe ziet het onderkomen van de dwangarbeiders eruit? Doorgaans slapen ze in groepen op kamers en zalen. Staan daar meubels of liggen ze op stro?
  • Hoe is het kampleven georganiseerd? De mannen vertellen over hun dagindeling en werkzaamheden. Ook komt hun omgang met de Duitsers aan bod. Ze hebben te maken met kampbeheerders, bewakers en opdrachtgevers. Daar zitten goede en minder aangename types bij. Lees meer over de verschillende bewakingsdiensten.
  • Voeding. Wat eten ze? Een keukenploeg kookt voor de mannen, maar vaak is het eten onvoldoende voedzaam. Daarom scharrelen de spitters na gedane arbeid zelf nog een extra kostje bij elkaar. Zie bovenstaand citaat. Een dwangarbeider in Groessen beschrijft een maand lang waaruit zijn menu bestaat.
  • Werkkleding. Beschikken de mannen over adequate werkschoenen en overalls? Of staan ze te spitten in hun goede goed? Vooral degenen die tijdens razzia’s zijn opgepakt hebben nauwelijks reservekleding.
  • Voorzieningen. Is er stromend water, licht en verwarming in het kamp? Of halen de mannen emmertjes ijskoud water uit een beek? Doorgaans moeten ze zelf kaarsen en een houtkachel ‘organiseren’ voor licht en warmte op hun kamer. (Organiseren = uit verlaten gebouwen halen.)
  • Samenleven. Gelden er huisregels? Is het ieder voor zich, of is er kameraadschap? In tijden van schaarste zal blijken dat vriendschap en inventiviteit van levensbelang zijn.
  • Gezondheid en hygiëne. Hoe zit het met persoonlijke verzorging en hygiëne? Kunnen de mannen zich ergens wassen en scheren? Hebben ze eigenlijk schoon ondergoed? En is er medische zorg? Kan iemand met kiespijn naar een tandarts toe? Lees meer hierover in het artikel Gezondheidszorg voor de arbeiders.
  • Veiligheid. Het verblijf in het frontgebied is absoluut onveilig. Vrijwel alle dwangarbeiders krijgen te maken met (oorlogs)geweld. Wat zijn hun grootste zorgen? Hoe houden ze zich mentaal staande onder de moeilijke omstandigheden?
  • Ontspanning en contact. Is er gelegenheid voor vertier, ontspanning en zielenzorg? Velen putten troost uit hun geloof. Twee betrokken geestelijken uit Rotterdam en de Liemers verzorgen bijeenkomsten. Via onregelmatige postdiensten blijft er contact met het thuisfront. En moedige vrouwen uit het westen komen soms op de fiets (met houten banden) bij hun mannen op bezoek.
  • Blijven of vluchten? Het systeem van wisselende ploegen werkt matig. Daarom regelen enkele welgestelde mannen remplaçanten, zoals vroeger bij de dienstplicht gangbaar was. Een aantal waaghalzen neemt voortijdig de benen, zodra een kans zich voordoet. Anderen broeden op ontsnapping en treffen stiekem voorbereidingen in het kamp.

Lees over het kampleven in het frontgebied en volg de belevenissen van deze dwangarbeiders via het blog.

(Afbeelding. Bron foto School III, Onder de Linden 21, Gelders Archief 1501-04 9131, circa 1910, fotograaf onbekend, Public Domain Mark 1.0 licentie.)

© 2022 Copyright Graven in de vuurlinie.