Opzet en inrichting versterking

Ich befehle … den feldmäßigen und womöglich ständigen Ausbau der bereits erkundete Verlängerung des Westwalls bis an die IJssel-See. (A. Hitler)

Veldversterkingen en permanente versterkingen

Bovenstaand bevel is het startsein voor de Festungs-Pioniere van de Wehrmacht. De Panther-Stellung wordt vergeleken met de Westwall vrij eenvoudig van opzet. Er komen weinig ständige of permanente bouwwerken, want er is veel haast en schaarste. Maar feldmäßige of veldversterkingen zullen de Nederlandse dwangarbeiders volop aanleggen.

Veldversterkingen zijn onder meer loopgraven, schuttersputten, anti-tankgrachten en in de grond uitgegraven standplaatsen voor zwaar geschut. Deze onderdelen vergen nauwelijks gereedschap of technische kennis. Afgezien van de tankgrachten, zijn ze redelijk snel aangelegd. Het benodigde materiaal (voornamelijk grond en hout) is ter plaatse beschikbaar. En met een constante aanvoer van dwangarbeiders, is er ook genoeg mankracht.

Permanente of ständige verdedigingswerken kunnen uitsluitend worden gebouwd onder leiding van militaire en bouwkundige specialisten. Denk aan betonnen bunkers. Voor dergelijke constructies moeten bouwmaterialen en groot materieel worden aangevoerd. Eind 1944 heerst er echter gebrek aan alles: geld, materialen, machines én specialisten. Daarom bevat het traject langs de Rijn slechts spaarzaam gebouwde betonnen Kochbunkertjes. Wel zijn er ondergrondse bunkers van hout.

Strategische verdedigingslinie als fuik

De linie wordt aan de noordzijde van de Rijn aangelegd. Hierdoor vormt de rivier een eerste barrière voor de geallieerden in de Betuwe. Maar een langgerekte frontlinie van veertig kilometer vergt veel manschappen. Om die reden is de Duitse verdediging gebaseerd op versterkte punten. Dit zijn de locaties waar een aanvallende partij wordt verwacht. Of waar de aanvaller via natuurlijke en gecreëerde barrières bewust naartoe wordt geleid.

De Duitse militairen maken dankbaar gebruik van het terrein. Ze benutten alle mogelijk obstakels om een vijandige doorbraak te belemmeren. Moerassen, bossen, rivieren, geulen en steile hellingen vertragen de opmars van tanks. Ook landmijnen, versperringen, anti-tankraketten en kanonnen moeten tanks tegen houden. Dat is van groot belang, omdat de geallieerden veel meer pantservoertuigen en artillerie hebben.

(Tekst loopt door onder de afbeelding.)

Detail kaart met stellingwerk in Arnhem langs de Rijn. In het midden het St. Elisabeths Gasthuis, 1945.

Arnhem en Oosterbeek vormen Festungen, forten of vestingen binnen de Panther-Stellung. Deze plaatsen krijgen extra versterkingen, omdat de Duitsers hier na september 1944 een nieuwe geallieerde aanval verwachten. Vestingplaatsen worden omringd door een gordel van mijnenvelden, loopgraven, anti-tankgrachten en geschut. Na elke barrière wacht een volgende.

(Tekst loopt door onder de foto.)

Duitse barricade dwars op de Zwarteweg in Arnhem, gezien vanaf de Utrechtseweg. Rechts het St. Elisabeths Gasthuis, 1945.

Op het terrein tussen dergelijke zwaartepunten komen vrijwel aaneen-gesloten loopgraven, versperringen, observatiepunten en buitenposten met elkaar ondersteunend geschut. En militairen patrouilleren het hele gebied.

Met deze opzet kan de Wehrmacht besparen op aantallen militairen, terwijl voldoende wapens voor de verdediging worden ingezet. De hele noordzijde van de Rijn in Gelderland wordt zo strategisch gefortificeerd.

Camouflage en misleiding

Idealiter gaat een verdedigingslinie op in de omgeving. Als basisregel worden frontlinieposities opgesteld in begroeide gebieden, tussen puin en in opgebroken terrein. Verder moet camouflage voorkomen dat de geallieerden de Duitse versterkingen en posities ontdekken.

In de Liemers is veel open terrein met landbouwgrond en weilanden. Daar worden natuurlijke materialen, zoals plaggen, gebruikt ter camouflage van loopgraven en geschutsopstellingen. De berm van een bomenlaan is handig voor het parkeren van een colonne tanks. Waar nodig bedekken soldaten hun voertuigen en grote wapens met takken en netten.

Langs de zuidelijke Veluwezoom is een verdekte opstelling zo geregeld. Beschadigde gebouwen en verspreid liggend puin bieden schuilplaatsen voor schutters. Schade is er genoeg in Arnhem en omgeving. Dankzij de grillige vormen en schaduwen vallen militairen daar tussen de brokstukken minder snel op. Kelders van huizen in Arnhem (Rijnkade) en Oosterbeek (Benedendorpsweg) worden opgenomen in het loopgravenstelsel. De gebouwen zelf zijn namelijk ook handig om versterkingen in aan te brengen.

(Tekst loopt door onder de foto.)

Duitse mitrailleurpost op stuwwal met uitzicht over de Rijn in Arnhem, nabij het St. Elisabeths Gasthuis, 1945.

Langs de uiterwaarden, waar geen bossen of bomenlanen zijn, zetten de Duitsers rieten schermen neer. Hiermee ontnemen ze de geallieerden in de Betuwe het zicht op het graafwerk en het militaire verkeer.

Met beschilderingen weten de Duitsers zelfs megagrote bunkers aan het zicht te onttrekken. Deze bunkers lijken van veraf op schuren en boerderijen. Dankzij deze camouflagetechniek waren de bunkers op het verlaten vliegveld Deelen bij Arnhem niet als zodanig herkenbaar.

Het stellingwerk van de dwangarbeiders

De Nederlandse dwangarbeiders moeten van alles aanleggen. Tientallen kilometers loopgraven en anti-tankgrachten, schuttersputten, standplaatsen voor luchtafweergeschut en andere artillerie, prikkeldraadversperringen en boomstam-barricades, houten bunkers en schuilonderkomens. Noem maar op.

In blogartikelen verschijnen de details over hun werkomstandigheden. En het artikel Bouwinstructies van de Wehrmacht bevat een beschrijving van veelvoorkomende stellingonderdelen.

(Literatuur. Bovenstaande informatie komt gedeeltelijk uit Hitler’s Fortresses. Lees meer over deze literatuur bij Bronnen.)

(Afbeeldingen. Bron foto barricade: Gelders Archief 1584 – 555, foto Nico Kramer, 1945, CC-BY-4.0 licentie.)
(Bron kaart: Gelders Archief 1506 – 7514, uitsnede kaart met stellingwerk in Arnhem, maker B. Bonnema, opgezet juni 1945 door T.A. Wenstenenk.)
(Bron foto mitrailleurpost: Gelders Archief 1560 – 3945, fotograaf onbekend, 1945, Public Domain Mark 1.0 licentie.)

© 2022 Copyright Graven in de vuurlinie.