Overzicht verblijfskampen

Een van de onderkomens, Johannahoeve bij Oosterbeek.

‘Achter die deur lag stro en daar heb ik met een collega van Onesimus al die maanden geslapen. Achter de zijmuren lagen ook mensen. We waren daar met 50 man. In het midden stonden een paar tafels en daar konden we dan eten en wat schrijven.’ (Bernard Holleman uit Rotterdam wijst naar de groene deur op de eerste verdieping van dit gebouw.)

Overzicht verblijfskampen per regio

De verdedigingslinie langs de Rijn in Gelderland loopt door twee regio’s, met de stad Arnhem als centraal middelpunt.

De Liemers

De Liemers is de meest oostelijke streek. In dit gebied loopt de linie langs de Rijn van de Duitse grens bij Spijk / Emmerik tot aan de IJssel bij Westervoort. Voor de bewoners in de dorpen dicht bij de rivier dreigt voortdurend gedwongen evacuatie. Vanwege de hevige beschietingen is het er ook nauwelijks uit te houden. Het plaatsje Loo wordt eind september 1944 ontruimd en Groessen medio november. Andere plaatsen volgen later.

Toch blijft een deel van het Duitse front bewoond tot aan de bevrijding in april 1945. Daardoor hebben de dwangarbeiders hier tenminste contact met de bewoners. Ook mannen uit de omgeving moeten gedwongen meewerken.

De dwangarbeiders in de Liemers verblijven onder meer in Groessen, Duiven, Zevenaar, Didam, Beek, Bergh en Pannerden. Zie dit overzicht van verblijfskampen in de Liemers.

Arnhem

In Arnhem en het nabijgelegen Velp zetelen meerdere Duitse organisaties. Deze plaatsen fungeren als administratieve en bestuurlijke centra in het frontgebied. Direct na de Slag wordt Arnhem eind september 1944 ontruimd en tot spergebied verklaard.

Aan de stadsranden bevinden zich nog enkele bewoonde enclaves. Zo trekken na de evacuatie honderden Arnhemmers in de gebouwen van het Openluchtmuseum. Begin november 1944 volgt alsnog gedwongen vertrek. Vanaf die maand bestemmen de Duitsers het Openluchtmuseum als verblijfskamp voor een paar duizend dwangarbeiders.

Ook Schaarsbergen blijft tot begin november 1944 vrijgesteld van ontruiming. Daarnaast trekt de noordelijk gelegen wijk Geitenkamp vanzelf een bont gezelschap aan. Het zijn oorspronkelijke wijkbewoners en Arnhemmers uit andere stadsdelen die dicht bij huis willen blijven. Verder wonen er, naast onderduikers, NSB’ers en mensen die – al dan niet vrijwillig – werken voor de bezetter. In Geitenkamp verblijven eveneens honderden dwangarbeiders. Zelfs hun familieleden uit het westen proberen hier huisvesting te krijgen, want er is meer eten in Arnhem.

De gehavende en vrijwel leegstaande stad telt minimaal negentien verblijfskampen voor duizenden dwangarbeiders. Al deze mensen worden ingezet bij de bouw van de Panther-Stellung. Zie dit overzicht van verblijfskampen in Arnhem.

De zuidelijke Veluwezoom

De zuidelijke Veluwezoom is de meest westelijke streek waar de linie doorheen loopt: van Oosterbeek tot Rhenen en de Grebbeberg. Dit is het gebied waar de geallieerde luchtlandingen voor Operatie Market Garden in september 1944 plaatsvonden. Een groot deel van de Slag om Arnhem is in Oosterbeek en omgeving uitgevochten.

De zuidelijke Veluwezoom wordt eind september 1944 / eind oktober 1944 ontruimd en tot spergebied verklaard. Hier blijft desondanks een klein aantal inwoners achter. Zij kunnen zich uitsluitend handhaven door hand-en-spandiensten te verlenen aan de Duitsers. Het terrein nabij de Rijn ligt voortdurend onder vuur.

Langs de zuidelijke Veluwezoom verblijven de dwangarbeiders van de linie onder meer in Oosterbeek, Wolfheze, Doorwerth, Ede, Bennekom, Wageningen en Rhenen. Zie dit overzicht van verblijfskampen langs de zuidelijke Veluwezoom.

(Bron foto: Gerenoveerd pand van het oorspronkelijke gebouwencomplex Johannahoeve, 2021, Karin van Veen.)
(Bron citaat: Bernard Holleman, interview Stichting Reis van de Razzia.)

© 2022 Copyright Graven in de vuurlinie.