Razzia’s in 1944

Op 10 november 1944 ben ik in Rotterdam (Charlois) met 3 broers en André van H. onder dwang en veel dreiging gedwongen op straat te komen. Met de kolf van het geweer werd op de deur gebeukt. Wij werden met duizenden eerst naar de RET-remise vervoerd en zaten daar tot s avonds 18 uur. Toen in rijen van 4 à 5 man breed en kilometers lang naar de Koningshaven. Daar joegen ze ons in scheepsruimen van rijnaken. …

Zo begint de reis van een Rotterdammer die later in Wageningen zal belanden. Naast mannen uit de regio, werken vanaf oktober 1944 duizenden dwangarbeiders uit andere delen van Nederland aan de Panther-Stellung langs de Rijn. Ze zijn opgepakt tijdens grootschalige razzia’s in de steden. Deze mannen komen onder meer uit Rotterdam, Apeldoorn, Zeist, het Gooi, Den Haag en Groningen.

Rotterdam, 10 en 11 november 1944

De omvangrijkste razzia in Nederland vindt plaats op 10 en 11 november 1944 in Rotterdam. Ongeveer 52.000 van de 70.000 mannen tussen 17 en 40 jaar worden opgepakt. Circa 12.000 daarvan worden in het oosten van Nederland tewerkgesteld. De rest gaat op transport naar Duitsland.

Deze razzia is met militaire precisie voorbereid onder de codenaam Aktion Rosenstock. Eerst worden maar liefst 8.000 Duitse militairen en veiligheidseenheden verplaatst naar de stad. Op 9 november zijn de straten van Rotterdam ’s avonds verlaten. De spertijd in het verduisterde gebied is om 20.00 uur ingegaan. Het is er aardedonker. Stilletjes bezetten militairen van de Wehrmacht alle strategisch belangrijke bruggen en pleinen.

De volgende ochtend om 04:00 uur worden de toegangswegen afgesloten voor alle verkeer. De afsluiting van de binnenring is om 6.30 uur klaar. Geen inwoner kan er meer in of uit. De Duitsers voorkomen eveneens dat opmerkzame inwoners iemand kunnen waarschuwen. De postkantoren worden ingenomen. Nog snel even bellen, is er niet meer bij.

In de nacht van 9 op 10 november worden ook alle gas-, water- en elektriciteitscentrales bezet, plus de schakelpunten. Aanwezige nachtploegen zitten als gijzelaars vast. Ze moeten de stroomvoorziening waarborgen tijdens de ‘operatie’. Elektrische verlichting vergemakkelijkt de huiszoekingen. En straatverlichting is handig bij het overbrengen van opgepakte mannen naar centrale verzamelpunten.

Vooraf is het stedelijke gebied verdeeld in sectoren. Sectiecommandanten houden de gevechtscommandant op de hoogte van hun vorderingen. De razzia verloopt in twee stadia. Eerst worden op 10 november de randen van de stad uitgekamd: Schiedam en de Rotterdamse wijken Schiebroek, Hillegersberg, Kralingen, Spangen en heel Rotterdam-Zuid. Op 11 november gaat de mannenjacht verder in de overige stadsdelen en het zwaar gehavende centrum. Dit gebeurt met assistentie van de Hollandse SS, NSB’ers en de Grüne Polizei.

Als vee worden de mannen bijeengedreven op pleinen en in hallen. Ze moeten urenlang wachten en krijgen geen eten. Vrouwen proberen hun mannen, broers en vaders te vinden. Ze brengen hen eten en wat kleding na. Dan volgen keuringen en het transport van de dwangarbeiders naar tal van werklocaties in Duitsland en het oosten van Nederland. Circa 20.000 mannen vertrekken te voet, 20.000 per rijnaak en ongeveer 10.000 per trein.

(Tekst loopt door onder de foto)

Opgepakte mannen in Rotterdam.

Iedere opgepakte dwangarbeider heeft zijn eigen verhaal over de Rotterdamse razzia en wat hij daarna meemaakte. Een aantal verhalen verschijnt de komende tijd op Graven in de Vuurlinie. Want een aanzienlijke groep Rotterdammers moet werken aan de verdedigingslinie langs de Rijn. Ze belanden onder meer in Groessen, Loo, Pannerden, Zevenaar, Arnhem, Oosterbeek, Doorwerth, Wolfheze, Rhenen en Wageningen.

Apeldoorn, 2 oktober en 2 december 1944

Dichterbij in Apeldoorn, maakt de bevolking drie ingrijpende gebeurtenissen mee. Vanaf eind september vangt de stad een enorme stroom vluchtelingen op. Circa 40.000 verdreven Arnhemmers zoeken en vinden hier onderdak. Voor hun komst woonden er 70.000 mensen. Daarna volgen de razzia’s op 2 oktober en op 2 december 1944.

Op 2 oktober 1944 fusilleren de Duitsers in alle vroegte zes gevangen verzetslieden en twee geallieerde vliegers. Hun lichamen worden met opschriften neergelegd op acht hoeken van straten en pleinen. Tegelijk omsingelen de Duitsers de stad. Met rondrijdende geluidswagens roepen ze alle mannen tussen de 17 en 50 jaar op. Zij moeten zich melden op het Marktplein voor graafwerk. Wie dit niet doet en wordt ontdekt, zal worden doodgeschoten.

Veel bewoners denken dat de acht doden werkweigeraars zijn. Ook horen ze dat er spoorwegsabotage is gepleegd. Een herhaling daarvan zal consequenties hebben voor de bevolking. Die dag verschijnen er 11.000 mannen op het Marktplein. De Duitse bezetter kan voorlopig tevreden zijn. Het zijn 7.000 arbeiders meer dan eerder was geëist.

In lange colonnes trekken de dwangarbeiders langs het Apeldoorns Kanaal en Doesburg voor stellingwerk aan de IJssellinie. Onder hen bevinden zich heel wat mannen uit het geëvacueerde Arnhem en omgeving. Na enkele weken mogen de meeste spitters naar Apeldoorn terug, maar honderden anderen blijven achter. Sommige mannen moeten later in Arnhem aan de slag.

Exact twee maanden later is het weer raak in Apeldoorn. Vroeg in de ochtend van 2 december 1944 worden de inwoners gewekt door het geluid van mitrailleurs en geweren. Via folders vernemen ze dat mannen zich moeten melden met bepakking. De Duitsers doorzoeken huis na huis op achtergebleven werkweigeraars. Weer drommen circa 11.000 mannen urenlang samen op het Marktplein. Het zijn jongens en mannen in de leeftijd van 16 tot 57 jaar. Na keuring en selectie worden er 4.500 geschikt bevonden voor de Arbeitseinsatz.

Onder bewaking vertrekken ze ’s avonds naar het station, waar twee treinen klaarstaan. Beide treinen vertrekken naar Duitsland. Onderweg wordt de voorste trein bij Werth beschoten vanuit de lucht. Geallieerde piloten denken dat het een militair transport betreft, met doden en gewonden tot gevolg.

Na een dagenlange omweg komen de dwangarbeiders aan in Zevenaar en in het Duitse Elten. Op 5 december 1944 vindt in beide plaatsen weer een selectie plaats. De mannen van veertig jaar of jonger treffen het bijzonder slecht. Zij moeten te voet naar strafkamp Rees, vlak over de grens in Duitsland. Het kamp is gevestigd in een steenfabriek bij de Rijn en er heerst een waar schrikbewind. De overige mannen worden tewerkgesteld in Zevenaar en omgeving.

Hilversum, Bussum & Naarden, 23 en 24 oktober 1944

Bussum, 24 oktober 1944. Om 7 uur klinken sirenes. Buiten hangen overal biljetten waarin staat dat alle mannen van 17 tot 40 jaar zich moeten melden op het Sportpark Zuid. Hen wacht graafwerk voor de Duitse Wehrmacht. Onduidelijk is tot wanneer. Wel is vermeld wat ze moeten meebrengen: een deken, eetgerei, warme kleding, een schop en identiteitspapieren.

Al snel volgen huiszoekingen. Waar de deur gesloten blijft, verschaffen soldaten zich toegang met handgranaten. Alle mannen worden naar het sportpark gebracht. Na een medische keuring en controle van papieren, vertrekken de kersverse dwangarbeiders naar Kamp Amersfoort. Ze gaan te voet over de Huizerweg naar de Rijksstraatweg richting Laren en langs Soest.

Onderweg weten sommigen te ‘drossen’, ofwel te ontsnappen. Wanneer boeren de colonne passeren, strooien ze vanaf hun karren kisten vol appels op de weg. In het gedrang dat ontstaat, springen een paar mannen op de karren en doen alsof ze bij de boeren horen. Anderen weten in het donker te ontglippen.

Maar de meesten bereiken Kamp Amersfoort. Dit concentratiekamp fungeert onder meer als tussenstation voor gravers die richting het oosten gaan. Een dag eerder passeerden hier opgepakte mannen uit Hilversum.

Ook uit Naarden komen op 24 oktober mannen in Amersfoort aan. Hoe het hen en de Bussummers vergaat, toont deze korte video van de Gedenkroute Gooise Meren.

(Tekst loopt door onder de video)

Vanuit het Gooi worden minimaal drie groepen naar de verdedigingslinie overgebracht.

  • 23 oktober 1944 – Razzia in Hilversum op mannen van 17 tot 50 jaar, circa 3.800 mannen. Een deel vertrekt onder meer naar Oosterbeek, Wolfheze en Doorwerth.
  • 24 oktober 1944 – Razzia’s in Bussum en Naarden op mannen van 17 tot 40 (of 50) jaar.
    Uit Bussum komen circa 1.200 mannen en uit Naarden circa 400.
    Zij verblijven in Arnhem in het Diaconessenhuis en in Vreedenhoff. Hun werkgebied is Arnhem en omgeving.

Andere razzia’s en acties voor de verdedigingslinie

  • 9 september 1944 – In Zevenaar vordert de Beauftragte van de Rijkscommissaris voor Gelderland 3.000 man voor graafwerk. Dit onder dreiging dat de stad in puin wordt geschoten bij een geringe opkomst. De hele regio lijdt onder dergelijke dwang-, terreur- en gijzelingsacties.
  • 27-29 september 1944 – Razzia en oproepen in Doetinchem voor werk bij Zevenaar. Ook in de Achterhoek staan gemeenten zwaar onder druk om mannen te leveren.
  • 7 oktober 1944 – Razzia in Utrecht op mannen van 17 tot 50 jaar, circa 5.500 mannen. Een deel vertrekt naar Zevenaar.
  • 28 oktober 1944 – Razzia in Zeist mannen tussen de 17 tot 50 jaar, 3.200 mannen, waaronder circa 700 evacués uit Arnhem en Limburg. Een deel komt terecht in Arnhem en de Liemers.
  • 28 oktober 1944 – Na een oproep van het SS-Kommando in Zevenaar melden in Winterswijk ongeveer 1.600 mannen zich voor graafwerk.
  • 21 november 1944 – Den Haag, Voorburg en Rijswijk. Operatie Sneeuwvlok, circa 13.000 mannen. Een deel werkt in de Liemers.
  • In de nacht van 5 op 6 december 1944 – ‘Sinterklaasrazzia’ Haarlem en omgeving, ongeveer 1.300 mannen. Een deel moet naar Bienen of Rees (D) en naar Doorwerth.

In Amsterdam waart tyfus rond. Vermoedelijk zien de Duitsers daar af van een razzia om besmetting te voorkomen.

Van veel razzia’s is niet exact bekend hoeveel mannen er werden opgepakt en op transport gesteld. De NSDAP wijst een deel toe aan regionale taakgroepen voor het graafwerk aan de Panther-Stellung. Deze dwangarbeiders vallen onder de Einsatzstab Zevenaar, de Einsatzstab Arnheim of Einsatzstab Ede van het Arbeitsbereich der NSDAP in den Niederlanden. Wanneer het werk in een bepaald gebied klaar is, worden de mannen naar een ander gebied overgebracht.

(Bron citaat: NIOD Archief 294 Vereniging Ex-Dwangarbeiders Nederland. Inv. 396, Verslag van A.D. v.d. Loo uit Rotterdam. Hij verricht later in Wageningen dwangarbeid.)
(Bron foto: Stadsarchief Rotterdam, 4156 collectie H.F. Grimeyer, nr 1980-5493. In de Le Fèvre de Montignylaan worden mannen weggevoerd tijdens de razzia in Rotterdam, 10-11 november 1944, auteursrecht Gemeente Rotterdam.)
(Bron video: Gedenkroute Gooise Meren, nummer 13. Razzia arbeidsdienst Lange Bedekte Weg, Naarden.)

© 2022 Copyright Graven in de vuurlinie.