
In het spergebied langs de Rijn werken Nederlandse dwangarbeiders op basis van de arbeidsinzet aan de Panther-Stellung. Wanneer zich na diverse oproepen in het najaar van 1944 te weinig mannen melden, gaat de Duitse bezettingsmacht over tot grootschalige razzia’s. Ook zetten de Duitsers tegenstribbelende burgemeesters zwaar onder druk.
Uiteindelijk moeten 45.000 mannen uit omliggende plaatsen en uit andere provincies naar de verboden militaire zone in Oost-Nederland.
De NSDAP richt circa zestig verblijfskampen in voor de gravers of spitters, zoals de tewerkgestelde mannen worden genoemd. Hun onderkomens bestaan uit scholen, fabriekshallen, ziekenhuizen, feestzalen en andere grote ruimtes. De leefomstandigheden zijn verre van ideaal, maar de mannen maken er het beste van.
Algemene literatuur arbeidsinzet en razzia’s
- Jong, de, Dr. L, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog 1939 – 1945, Deel 10B, Het laatste jaar II, eerste deel, Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, Martinus Nijhoff, Den Haag, 1981.
- Sijes, B.A., De razzia van Rotterdam, 10-11 november 1944, Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, Monografieën nr. 4, Martinus Nijhoff, Den Haag, 1951.
- Sijes, B.A., De arbeidsinzet, De gedwongen arbeid van Nederlanders in Duitsland, 1940-1945, o.a. hoofdstuk XI ‘De tewerkstelling aan de Duitse verdedigingswerken in Nederland en Duitsland’, Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, Monografieën nr. 11, Den Haag, SDU Uitgeverij, 1990.
(Afbeelding: Beeldbank WO2 – NIOD beeldnr 83445, slachtoffers razzia 1944 met fietsen.)